Terug naar overzicht

Wiskundeonderwijs ook in onderbouw aangepast

Minister Van der Hoeven wil ook het wiskundeonderwijs tijdens de basisvorming van het voortgezet onderwijs aanpassen. Het gesignaleerde kennistekort bij studenten wijt ze vooral aan de gebrekkige inleiding tijdens de eerste drie jaar.

Dat staat te lezen in een brief die de bewindsvrouw deze week naar de Tweede Kamer stuurde. Volgens haar ontbreekt het de studenten aan algebraïsche basisvaardigheden die ze hadden moeten opdoen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs.
Het gaat eerder om een inhoudelijk probleem dan om de hoeveelheid lesuren, meent Van der Hoeven. Bij de invoering van de basisvorming in 1993 zijn kerndoelen geformuleerd zonder dat daarin een onderscheid in wiskundeniveaus is aangebracht. ‘Dat heeft mogelijk geleid tot een nivellering van kennis en vaardigheid op dit gebied.’ Bij de lancering van de nieuwe onderbouw komt daarin wat de minister betreft verandering.

Wat betreft de aanpassing van het wiskundeonderwijs in de bovenbouw komt de minister tegemoet aan de kritiek van hogescholen en universiteiten. Voor wiskunde-B worden voortaan zeshonderd lesuren gereserveerd in plaats van de eerder aangekondigde 520. Deze tachtig uren komen uit de ‘vrije lesruimte’ die de school zelf mag invullen en gaan niet ten koste van het keuzevak wiskunde-D of het nieuwe bètavak natuur, leven & techniek.
Overigens heeft Van der Hoeven de universiteiten te verstaan gegeven dat het reguliere wiskundeaanbod aldus volstaat als voorbereiding op het hoger onderwijs. Het zwaardere wiskunde-D geldt als extra vak, dat bovendien niet overal wordt aangeboden. Het kan daarom niet als instroomeis gelden. (TdO/HOP)

Meer lezen?