Terug naar overzicht

Inholland: ‘Wij doen niet aan downgrading’

De Hogeschool Inholland mag van de Algemene Onderwijsbond geen goedkope docenten aanstellen. Als de hogeschool dat toch doet, mogen die werknemers geen docenten heten. Inholland reageert laconiek op de aanval.

De twist vloeit voort uit het nieuwe ‘functiewaarderingssysteem’, dat dit jaar aan vrijwel alle hogescholen is ingevoerd. De huidige bezigheden van het personeel zijn tegen het licht gehouden en beschreven volgens een nieuw systeem. Met de vakbonden zijn afspraken gemaakt over de salarissen die bij de nieuwe functie-indeling horen.
Het gebeurt wel eens dat iemand is aangenomen als docent, maar in de praktijk vooral als onderwijsassistent werkt. Wiens schuld dat is, doet er niet toe: het systeem is alleen bedoeld om zo objectief mogelijk de huidige werkzaamheden van het personeel te beschrijven. Voor het salaris van de zittende personeelsleden maakt de nieuwe indeling geen verschil.

Volgens Inholland bleek een aantal docenten op een lager niveau te functioneren dan de hogeschool zou willen. ‘Het systeem toont zeker niet de gewenste, maar wel de feitelijke situatie. Wij krijgen nu het verwijt dat we aan downgrading doen, maar we willen juist omhoog. We hebben natuurlijk zat docenten op zwaardere functies nodig.’
Sommige Inholland-werknemers moesten volgens landelijke afspraken omschreven worden als ‘instructeur’ in plaats van ‘docent’. ‘Uit respect voor het werk dat die mensen doen wilden wij hen docent noemen’, zegt een woordvoerder van Inholland. ‘Maar dat mag niet van de bond. Over inhoud en salarisniveau van de functie is verder geen verschil van mening. Aangezien het allemaal zo gevoelig ligt, gaan we ze maar praktijkdocenten noemen.’

Het verschil tussen de instructeur en de docent is in de landelijke afspraken bijna niet aan te wijzen. Het is daarom begrijpelijk dat Inholland zijn ‘instructeurs’ docenten wilde noemen. De instructeur moet bijvoorbeeld zelfstandig praktijklessen, colleges en demonstraties geven, ‘inclusief de bijbehorende theoretische achtergronden’. Hij moet ook een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe onderwijsprogramma’s en handleidingen samenstellen (‘inclusief de theorie’). Hij moet docentenvergaderingen bijwonen. Hij begeleidt studenten bij onderzoeksmethoden. Het enige verschil lijkt te zijn dat de docent ‘incidenteel’ publiceert op het eigen vakgebied.

De vakbonden hebben ingestemd met het hele systeem, dus ook met het vage onderscheid tussen instructeur en docent. En ook met het verschil in salaris tussen die twee. ‘Waar zijn de bonden mee bezig geweest?’, vraagt Tweede Kamerlid Fenna Vergeer van de Socialistische Partij zich af. ‘Dit nieuwe systeem pakt desastreus uit voor professionals. Het gewone lesgeven wordt onvoldoende beloond.’ (BB/HOP)

Meer lezen?