Terug naar overzicht

Ruttes regelzucht

Volgende week wil staatssecretaris Rutte zijn leerrechtenplannen door het parlement loodsen. Een politieke meerderheid is positief over het nieuwe bekostigingsstelsel, al vindt men het op onderdelen te star.

CDA en PvdA vinden het van overdreven regelzucht getuigen dat Rutte in zijn leerrechtenvoorstel voorschrijft op welk moment in hun opleiding studenten vertraging mogen oplopen. De bepaling dat ze maximaal twee jaar langer over hun opleiding mogen doen voordat ze een hoog collegegeld gaan betalen, vinden de twee fracties mooi genoeg.
Als Rutte vasthoudt aan aparte ‘uitlooprechten’ voor de bachelor- en voor de masteropleiding, komen studenten sneller in de problemen. Zeker als meer universiteiten voor een zogenoemde harde knip gaan kiezen. Wie straks pas aan de masteropleiding mag beginnen als hij alle bachelorpunten binnen heeft, loopt immers meer kans op studievertraging. En wie meer dan een jaar langer over zijn bacheloropleiding doet, moet prompt het instellingscollegegeld betalen.

Meer debat zal er nodig zijn over de bekostiging van schakelklassen voor studenten die een niet-aansluitende masteropleiding willen volgen. Rutte stelt zich op het standpunt dat de schakelprogramma’s niet in het reguliere onderwijsaanbod thuishoren. Daar mag dus best een marktconform collegegeld voor worden gevraagd. Maar CDA en PvdA – samen goed voor 86 van de 150 kamerleden – vinden het voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs belangrijk dat ook schakelstudenten hun leer- en uitlooprechten mogen inzetten. Rutte wil juist dat er meer privaat geld in het hoger onderwijs terechtkomt en voelt daar vermoedelijk weinig voor. Maar gezien de strakke deadlines waarmee de bewindsman werkt, is de kans groot dat het parlement hem ook op dit punt op de knieën krijgt.

Over de hoogte van het instellingscollegegeld is het laatste woord evenmin gesproken. Voor de eerste drie jaar is het gemaximeerd op zo’n 4500 euro per jaar, maar de instellingen willen vrijheid. De TU Eindhoven denkt aan achtduizend euro en de Universiteit van Amsterdam sluit zelfs vijftienduizend euro niet uit. Dat baart de Tweede Kamer zorgen. Staatssecretaris Rutte heeft gisteren nog per brief laten weten dat hij er van uitgaat dat instellingen de hoogte van het ‘particuliere’ collegegeld goed kunnen motiveren. Studenten die bijna klaar zijn moeten wat hem betreft minder betalen dan degenen die nog twee jaar door moeten. Nemen instellingen hun ‘maatschappelijke verantwoordelijkheid’ niet, dan zal Rutte met hen ‘in overleg treden’.

Bij al het gedoe over trage studenten zou men bijna vergeten dat er ook snelle en briljante studenten zijn. Wie leerrechten overhoudt mag die van de PvdA ‘oppotten’ voor een extra bachelor- of masteropleiding. Ook regeringspartij CDA denkt in die richting. Maar Rutte speelt de bekostiging van tweede en derde studies liever via zogenaamde ‘profileringsfondsen’. In dat plan zouden instellingen samen met medezeggenschapsraden moeten beslissen hoe een extra budget voor briljante, bijzondere of bestuurlijk actieve studenten wordt aangewend.

De leerrechten komen er, zoveel is duidelijk. De grote vraag is vooral wanneer ze worden ingevoerd. Kan Rutte het parlement voldoende administratieve garanties bieden om in elk geval het leerrechtendeel van zijn wet in september 2007 in te voeren, of moet hij wachten tot de hele wet is aangenomen? Dat laatste ligt het meest voor de hand. Al was het alleen maar omdat nog steeds niet duidelijk is hoe de leerrechten nu precies geadministreerd gaan worden. (TdO/HOP)

Meer lezen?