Terug naar overzicht

‘Instellingsaccreditatie vanaf 2010’

Staatssecretaris Rutte weet het nu zeker: hogescholen en universiteiten die hun interne kwaliteitszorg pico bello op orde hebben, mogen hun opleidingen straks zelf keuren. Zelfs nieuwe opleidingen hoeven dan niet meer langs accreditatieorganisatie NVAO.
Afgelopen najaar kondigde Rutte al aan dat hij het accreditatiesysteem meteen na de eerste keuringsronde op de schop wil nemen. Nader onderzoek door zijn departement, toegezegd aan de Tweede Kamer, heeft hem ervan overtuigd dat instellingsaccreditatie inderdaad wenselijk en uitvoerbaar is vanaf 2010.

Een evaluatie van de huidige eerste accreditatieronde heeft enkele belangrijke nadelen aan het licht gebracht. Vanwege het toegenomen risico op verlies van accreditatie hebben veel instellingen hun ondersteunende staf uitgebreid. Ze geven naar schatting veertig procent van hun administratieve lasten uit aan accreditatie. Hun inspanningen zijn bovendien meer gericht op het vermijden van negatieve consequenties dan op het verbeteren van onderwijskwaliteit.

In een notitie aan de Kamer stelt de bewindsman dat instellingsaccreditatie zal leiden tot minder administratieve lasten en tot meer eigen verantwoordelijkheid van instellingen en professionals. Voorwaarde is dat de eerste ronde van accreditatie volledig is afgewerkt, want dan pas is het kaf van het koren gescheiden en voldoen alle opleidingen in het hoger onderwijs aan de basisnorm.
Rutte benadrukt dat de opleiding het centrale begrip blijft in de instellingsaccreditatie. Studenten, werkgevers en samenleving moeten er op kunnen vertrouwen dat het onderwijs deugt. Het instellingsbestuur is verantwoordelijk voor het interne toezicht op de kwaliteit en via de accreditatie wordt deze ‘zorgplicht’ op gezette tijden gecontroleerd. Ook tussentijdse steekproeven door de NVAO zijn mogelijk. Vallen die negatief uit, dan verliest de instelling haar keurmerk en moet ze haar opleidingen, net als nu, apart laten beoordelen door de NVAO. De informatie over de kwaliteit van het onderwijs moet betrouwbaar, vergelijkbaar en goed toegankelijk zijn. Belangrijke voorwaarden voor studentenbonden en werkgevers .

In een interview liet staatssecretaris Rutte er vorig jaar al geen misverstand over bestaan: ‘Instellingen die zo’n totaalkeurmerk willen, moeten zwoegend de trap op. Als er wat mis gaat, donderen ze er meteen weer af. Dan moeten al hun afzonderlijke opleidingen opnieuw door de cyclus. Alles, maar dan ook alles moet goed in orde zijn.’ (HC/HOP)

Meer lezen?