Terug naar overzicht

Landelijke reken- en taaltoets voor onderwijzers in spe

Alle scholieren die leraar basisonderwijs willen worden, moeten vanaf komend schooljaar een landelijke reken- en taaltoets afleggen voor ze aan de pabo beginnen.
De toetsen zijn niet bedoeld als selectie aan de poort: ook wie ze niet haalt wordt toegelaten tot de pabo. Wel kunnen scholieren desgewenst vast bijspijkerprogramma’s volgen voordat ze aan de opleiding beginnen. Bij de start van hun studie en aan het eind van het eerste jaar worden ze opnieuw getoetst. Wie dan nog onvoldoende scoort, krijgt een bindend negatief studieadvies.
De maatregelen zijn een reactie op de aanhoudende klachten over de taal- en rekenvaardigheid van onderwijzers in spe. Minister Van der Hoeven van Onderwijs trekt tot en met 2009 in totaal 3,5 miljoen euro uit voor de toets- en bijspijkerprogramma’s. Het geld moet worden gedeeld door de scholen in het voortgezet onderwijs, het mbo en door de pabo’s.
Na 2009 moeten de extra maatregelen overbodig zijn geworden. Dan besteden voortgezet onderwijs en mbo als het goed is meer aandacht aan elementaire reken- en taalvaardigheden van al hun leerlingen.

De minister baseert zich op een beperkt onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit. In een brief aan de Tweede Kamer kondigt ze nader wetenschappelijk onderzoek naar de problematiek aan dat zal aansluiten bij de resultaten van de nieuwe toetsen. Daaruit moet blijken of er nadere maatregelen nodig zijn.

Karel Aardse, bestuurder van de Utrechtse Marnix Academie en voorzitter van het overleg van lerarenopleidingen, ziet de maatregelen als welkome stap op de goede weg. Hij weet niet of de toegezegde 3,5 miljoen voldoende is om het Cito nieuwe diagnostische toetsen te laten ontwikkelen en de extra bijspijkerprogramma’s te bekostigen. (HC/HOP)

Meer lezen?