Terug naar overzicht

Tweede Kamer akkoord met leerrechten

Staatssecretaris Rutte heeft zijn leerrechtenplan door de Kamer geloodst, maar niet zonder slag of stoot. Studenten zetten hun leerrechten straks per maand in, en hogescholen en universiteiten worden in principe per jaar betaald. Extra kosten: ongeveer 45 miljoen euro per jaar.
Daarmee zijn de aanpassingen van de wet door CDA, PvdA en D66 veel duurder dan aanvankelijk werd gedacht. Rutte kan er mee leven: ‘Het gaat om ongeveer anderhalf procent van het hoger-onderwijsbudget’, rekende hij de Kamer voor. ‘Dat is dus te overzien.’
De extra kosten ontstaan doordat instellingen een jaar bekostiging krijgen in plaats van een half, terwijl studenten bijvoorbeeld halverwege kunnen uitstappen. Die houden dan de helft van hun leerrecht over en verzilveren dat bij een andere instelling. Maar omdat naar verwachting niet meer dan vier procent van de studenten zal overstappen, zouden de extra kosten meevallen.
Omdat voor het hoger onderwijs een vast budget is gereserveerd, wordt de meerprijs van het systeem door de sector zelf betaald. Rutte: ‘De consequentie is dus dat de prijs die een instelling per student krijgt lager uitvalt.’

Schakelprogramma’s komen definitief niet voor bekostiging in aanmerking. D66-kamerlid Bert Bakker deed nog wel een poging: ‘Als Nederland de ambitie heeft om zoveel mogelijk mensen zo hoog mogelijk op te leiden, kan ik me voorstellen dat je hbo-bachelors de ruimte geeft om zo’n schakeltraject met hun uitlooprechten te laten betalen.’
Maar staatssecretaris Rutte vindt dat er nog te veel onduidelijkheid bestaat over de programma’s. ‘Die zijn zo divers dat we er nog geen eenduidige regeling voor kunnen bedenken, als we dat al zouden willen.’ Wel beloofde de bewindsman dat de ontwikkelingen op dit gebied voortaan worden meegenomen in de bama-monitor, waarin de kwaliteit van het onderwijsmodel wordt gecontroleerd.

Studenten krijgen in het nieuwe model leerrechten voor de nominale duur van hun studie. Daarnaast krijgen ze voor twee jaar uitlooprechten, waarin ze hun opleiding kunnen afmaken tegen het normale collegegeld. Wie daarna nog niet klaar is met zijn opleiding, moet een hoger instellingscollegegeld gaan betalen. Dat is tot 2010 vastgesteld op ongeveer drieduizend euro.

De invoering van de leerrechten kost eenmalig ongeveer vijftien miljoen euro. Het geld daarvoor haalt staatssecretaris Rutte uit de extra’s die voor hoger onderwijs zijn gereserveerd in de voorjaarsnota. Als het ministerie van OCW er niet in slaagt om de rest van de nieuwe hoger-onderwijswet (WHOO) voor september 2007 door de Tweede Kamer te loodsen, wordt de nieuwe bekostigingsmethode via ‘crashwetgeving’ in de bestaande wet (WHW) opgenomen. De Tweede Kamer heeft daar wel voorwaarden aan gekoppeld. In de huidige wet moet dan onder meer de medezeggenschap voor studenten worden aangescherpt.

Volgende week stemt de Tweede Kamer over de aanpassingsvoorstellen die uit het leerrechtendebat zijn gekomen. Het definitieve leerrechtenplan wordt een week later in stemming gebracht. (TdO/HOP)

Meer lezen?