Terug naar overzicht

Volgens Terpstra niemand in hbo boven ‘JP-norm’

De ‘JP-norm’ mogen ze van Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad invoeren, want niemand in het hbo zit daar boven, meent hij. ‘Maar het zal niets oplossen.’

Volgens de raden van toezicht is er weinig mis met de beloning van bestuurders in het hbo. Het gaat allemaal volgens de regels. Er zijn hooguit een paar schoonheidsfoutjes en definitieproblemen.
Na de Intermediair-ranglijst met de grootste verdieners in de (semi-)publieke sector en vlak voordat de jaarverslagen uitkomen, publiceren de raden van toezicht een onderzoek van PricewaterhouseCoopers naar de beloning van bestuurders in het hbo. Conclusie: bijna niemand is in overtreding.

Alleen krijgen drie bestuurders een ‘markttoelage’ bovenop hun vaste salaris terwijl ze voor onbepaalde tijd benoemd zijn. Dat mag niet. De hoogte van hun inkomen wijkt echter niet af van de huidige regels, zegt het onderzoeksbureau. Wie de betreffende bestuurders zijn, staat er niet bij. In het hele rapport worden namen van hogescholen en bestuurders vermeden.
In de discussie over bestuursinkomens is geen sprake van een ‘eenduidig inkomensbegrip’, concludeert PricewaterhouseCoopers. Want wat is eigenlijk het ‘inkomen’? Hebben we het over netto of bruto? Tellen we de bijdrage aan het pensioen mee, of niet? De werknemers- én werkgeversbijdrage? De auto met chauffeur? De tegemoetkoming in de verzekeringspremie? Een riante ontslagregeling? En de ‘markttoelage’ bovenop het vaste loon?
PricewaterhouseCoopers raadt de hbo-branche aan om in hun richtlijnen in elk geval duidelijkheid te scheppen over de pensioenen. Baseer je bijvoorbeeld het pensioen ook op de markttoelage of prestatiebonus die bestuurders bovenop hun vaste salaris krijgen? En hoe hoog mag de werkgeversbijdrage aan het pensioen zijn?

Wat de bestuurders precies op hun bankrekening en in hun parkeergarage krijgen, blijkt niet uit het rapport. Alle mogelijke extraatjes staan erin opgesomd, maar man en paard worden niet genoemd. Het is dus niet mogelijk om een optelsom te maken en evenmin valt te zien of één van de bestuurders alle mogelijke ‘additionele bezoldigingselementen’ uit het vuur van de salarisonderhandelingen heeft weten te slepen. Dit onderzoek is dan ook niet bedoeld voor zulke rekensommetjes. Het richt zich alleen op de regels. En die zijn correct toegepast, aldus PricewaterhouseCoopers.

Het debat over topinkomens speelt al langer dan vandaag. In de Tweede Kamer ontstond vorig najaar een meerderheid voor een maximumsalaris in de publieke en semi-publieke sector, dus ook in het hoger onderwijs. Het inkomen van Balkenende zou volgens de parlementariërs het maximum moeten zijn. Het is alleen nog steeds niet duidelijk wat de ‘JP-norm’ precies inhoudt. Vallen daar ook de pensioenen en prestatiebonussen van bestuurders onder?
Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad, maakt zich niet druk om een Balkenende-norm. Als je voor de publieke sector kiest, ga je niet voor het grote geld, zegt hij. Bovendien zit volgens hem niemand in het hbo boven de norm, dus van hem mogen ze die invoeren. ‘Maar de Kamerleden moeten niet de illusie hebben dat ze daarmee iets oplossen. Op een krappe arbeidsmarkt zal de druk op de inkomens van bekwame bestuurders toenemen en hogescholen zullen dat op de een of andere manier moeten oplossen. Wij pleiten wel voor maximale transparantie. Alle instellingen leggen in hun jaarverslag verantwoording af over het inkomen van de bestuurders, ook als ze minder verdienen dan 158 duizend euro. We gaan dus verder dan de wet op openbaarmaking van topinkomens.’ (BB/HOP)

Meer lezen?