Terug naar overzicht

De vergankelijkheid van kunst in parken en tuinen

Keramiek hoeft niet eeuwig bewaard te blijven en mag best overwoekerd worden door mossen, schimmels en paddenstoelen. De natuur mag zijn gang gaan. Daarover waren de sprekers gisteren op het congres ‘Kunst en keramiek in tuinen en parken’ aan de kunstacademie in Den Bosch eensgezind.

Sommige congresbezoekers moesten wel even wennen aan deze stellingname. Vooral de keramisten die hun werk het liefst altijd zien blijven bestaan en de in vloed van vorst en andere weersomstandigheden het liefst uitbannen.
Niet nodig zegt kunstenaar Zeger Reyers, die de processen in de natuur in zijn kunstwerken gebruikt. Zijn installaties laat hij overwoekeren door paddenstoelen en schimmels. ‘Ik vind het alleen maar mooi als mijn werk in verval raakt. Het is zonde als een bemost bruggetje met een hoge drukspuit wordt schoongemaakt. Het is juist boeiend als het werk wordt ingehaald door de natuur.’
Op het congres, dat is georganiseerd door de Akademie voor Kunst en Vormgeving/St. Joost en Den Bosch Keramiekstad, kwamen zes sprekers aan het woord die elk vanuit een eigen invalshoek het thema benaderden.

Spreker Rudi Luijters is kunstenaar die geen onderscheid maakt in betekenisniveaus; zowel zijn hovenierschap, het onderhouden van de groentetuin en het imker zijn, passen in zijn kunstenaarschap. Hij stelt dat kunstenaars een steeds grotere stempel drukken op parken. Zelf is hij daarin terughoudend. ‘Openbare ruimte is zo kwetsbaar. Ik vind het belangrijk dat je als kunstenaar rekening houdt met de context.’
Voor zijn projecten bekijkt Luijters eerst de context, maakt een analyse van het gebruik van de tuin of het park en maakt dan een keuze voor een ontwerp. Zo hield hij voor de tuin van een kliniek voor epileptici in Zwolle rekening met de gevoeligheid van de patiënten voor sterke effecten. Hij plantte daarom een lindeboom in de tuin. In een boekje legde hij alle aspecten van de linde uit. ‘Hij is standvastig, in tegenstelling tot epileptici die steeds weer omvallen. Een linde kan met gemak vijfhonderd en soms wel duizend jaar worden.’
De terughoudendheid van Luijters staat haaks op de visie van landschapsarchitect Saskia de Wit. ‘In parken en tuinen is al sterk ingrepen in de natuur. Bijna alles is gecultiveerd, dus waarom zou je als kunstenaar terughoudend moeten zijn?’ (CB)

Meer lezen?