Terug naar overzicht

‘Langer studeren loont niet’

Levenlang leren, maar ook bestuurswerk en stages kosten de maatschappij onnodig veel geld. Studenten kunnen beter zo vroeg mogelijk hun diploma halen, vindt Lex Borghans, hoogleraar economie.

De politiek heeft de mond vol van investeringen in onderwijs. Maar ergens loopt een grens, stelt Borghans in zijn oratie aan de Universiteit Maastricht. Te veel studeren rendeert niet.

Leren we nu te veel?
‘Voor elke twee uur die we in een mensenleven werken, besteden we al één uur aan leren. Dat is inclusief lagere school, middelbare school, huiswerk, studie, cursussen enzovoorts. En dan hebben we nog niet eens meegeteld dat mensen ook op hun werk dingen leren. Als we nog meer tijd aan leren gaan besteden, blijft er minder tijd over om te werken. Dan hebben we dus minder tijd om de dure investeringen in onderwijs terug te verdienen.
Wat mij betreft is de vraag vooral: wanneer moeten we leren? Hoe eerder je iets leert, hoe langer het zichzelf terugbetaalt. Sommige politici willen dat ouderen langer doorwerken om de WAO betaalbaar te houden, maar ik heb uitgerekend dat je hetzelfde zou kunnen bereiken als iedereen zijn opleiding een jaartje sneller zou afmaken. In totaal gaat 5,7 miljard euro per jaar verloren doordat mensen langer studeren of later in hun leven een tweede opleiding gaan volgen.’

Onderwijs heeft toch niet alleen een economisch doel?
‘Nee, maar voor persoonlijke ontwikkeling of burgerschap geldt hetzelfde: hoe eerder we het verwerven, hoe liever. Als je pas een maand voor je dood leert hoe je een goede burger moet zijn, dan heb je er weinig meer aan.
De overheid wil levenlang leren aanmoedigen, maar geeft daar geen solide argumenten voor. Misschien dat een deel van de beroepsbevolking even een inhaalslag moet maken, maar verder zou de overheid vooral moeten stimuleren dat haar burgers zo vroeg mogelijk voldoende leren.’

Dus de overheid moet het onderwijs effectiever maken?
‘Ja. Het heeft meer zin om de uitval van studenten te beperken en het rendement te verhogen dan te stimuleren dat werknemers zich bijscholen. Het is bijvoorbeeld van levensbelang dat jongeren een goede studiekeuze maken. Informatie over opleidingen zou openbaar moeten zijn, maar vooral moeten studenten een veel beter beeld krijgen van hoe hun leven er uitziet als ze eenmaal werken. De leefwereld van een jongere is totaal andere dan die van een dertig- of veertigjarige, maar toch moeten ze al jong keuzes maken die voor heel het leven belangrijk zijn. Voor de maatschappij is het belangrijk dat jongeren zo goed mogelijk kunnen kiezen.’

U keert zich ook tegen stages. Waarom?
‘Tijdens hun stage leren studenten vooral dingen die ze ook in hun eerste werkjaar hadden kunnen leren. Daar hoeft de overheid niet in te investeren. Een stage heeft misschien nut bij sollicitaties, maar dat is een strikt individueel belang: voor de staat maakt het niet uit wie die baan krijgt, zolang de vacature maar wordt opgevuld.
Voor sommige opleidingen kun je natuurlijk niet zonder stages: opleidingen tot arts, leraar of psycholoog bijvoorbeeld. Maar als het niet hoeft, schaf ze dan af.
Voor bestuurswerk geldt hetzelfde. Natuurlijk is het prima als studenten extra activiteiten ondernemen, maar ik zie geen reden waarom een studie niet gewoon veertig uur per week in beslag zou moeten nemen: als een student in tien uur bestuurswerk per week meer leert dan in tien uur studeren, dan is er iets mis met ons onderwijs. Vergaderingen leiden en sociaal gedrag kun je allemaal in de praktijk leren. Voor het individu is CV-building lucratief en rationeel, maar vanuit maatschappelijk perspectief draaien we er verlies op: ze hadden in die tijd beter kunnen studeren.’ (BB/HOP)

Meer lezen?