Terug naar overzicht

Commissie-Korthals: liever selectie na de poort

Opleidingen die experimenteren met selectie aan de poort en een hoger collegegeld kunnen niet hardmaken dat ze hun studenten duidelijk meer kwaliteit bieden. Ze voldoen daarmee niet aan de voorwaarden die het parlement destijds stelde.

Dat blijkt uit een tussenrapportage van de commissie ‘Ruim baan voor talent’ onder leiding van oud-minister van defensie Korthals. Op verzoek van het parlement onderzoekt zij of opleidingen die hun eerstejaarsstudenten tevoren mogen uitkiezen inderdaad betere resultaten boeken. Het CDA ging in 2004 alleen akkoord met dit experiment als ook bekeken zou worden of de opleidingen die hun studenten vooraf selecteren en soms meer collegegeld heffen aantoonbaar meer te bieden hebben. Immers, waarom zou je anders zo moeilijk doen?

Korthals is duidelijk: vrijwel geen enkele opleiding die zich in 2005 voor het experiment meldde was volgens zijn commissie ‘in staat een beeld van erkende meerwaarde te geven, laat staan dat ze iets aanbood dat daar op leek. Meerwaarde werd in de regel niet opgevat als “hogere” kwaliteit in het onderwijs, maar als “andere” kwaliteit.’

Desondanks is selectie volgens de commissie wel degelijk nuttig. Maar dan vooral om te kijken of student en opleiding wel bij elkaar passen en niet om de beste studenten op hun wenken te bedienen. Bovendien kan die selectie beter plaatsvinden na de poort: tijdens of na het eerste studiejaar, als studenten inhoudelijk bij hun opleiding betrokken zijn. Binnen het gekozen vakgebied kan een student zich dan verder specialiseren.

Selecteren na de poort ligt volgens de commissie ook meer voor de hand vanwege de landelijke ambitie om in 2020 een beroepsbevolking te hebben die voor de helft bestaat uit hoogopgeleiden. Selectie invoeren over de volle breedte van het hoger onderwijs zou voor veel scholieren een barrière opwerpen, waardoor het niveau van de beroepsbevolking niet zo snel zou kunnen stijgen. Daarom houdt de commissie vast aan een diploma uit het voortgezet onderwijs als toegangsbewijs voor hogeschool of universiteit.

Toch zou de overheid selectie voor de poort niet helemaal moeten verbieden. Het zou er immers toe kunnen leiden dat aspirant-studenten het beste in zichzelf naar boven halen en beter voorbereid aan hun opleiding beginnen. ‘Opleiding en student moeten elkaar serieus nemen’, motiveert Korthals zijn pleidooi. De noodzaak tot selectie ziet hij echter slechts bij een beperkt aantal opleidingen, bijvoorbeeld als die – zoals de university colleges – een speciaal onderwijsconcept hanteren of maar een beperkt aantal plaatsen aanbieden. Bij deze selectie zou motivatie wat de commissie betreft zwaarder moeten wegen dan intellect.

Bij de tussenrapportage is vooral gekeken naar de experimenten die in 2005 begonnen. Omdat deze zich eigenlijk alleen maar bezighielden met selectie voor de poort, is het onderzoeksdeel waarbij ook het effect van de honours programma’s wordt gemeten nog niet uitgebreid in het document opgenomen.

Overigens meldt de commissie dat er in het hoger onderwijs veel behoefte is aan meer differentiatie. Instellingen maken zich zorgen of ze hun basiskwaliteit wel kunnen handhaven, vanwege de massale vraag naar hoger onderwijs. Ze denken iets aan hun kwaliteit te kunnen doen door te zorgen voor meer kleinschaligheid. Bijvoorbeeld door binnen massaopleidingen met kleine groepen studenten te werken, of door binnen opleidingen veel meer dan nu inhoudelijk te differentiëren. De commissie onderschrijft die wens, maar merkt er bij op dat hoger onderwijs daarvoor veel geld nodig heeft. [TdO/HOP]

Meer lezen?