Terug naar overzicht

‘Ik kreeg opeens een enorme bak stront over me heen’

De kranten staan bol van kritiek op nieuwe onderwijsvormen. Wat merken onderwijsvernieuwers en trainers van alle onvrede?

De vereniging Beter Onderwijs Nederland is niet meer weg te denken van de opiniepagina’s. De Tweede Kamer wil een parlementair onderzoek instellen naar het ‘nieuwe leren’.

Lector Peter Teune van Fontys Hogescholen voelt de anti-lobby wel degelijk. Hij bestudeert ‘het nieuwe leren en nieuwe leerarrangementen’. ‘Ik moet tegenwoordig eerst uitleggen dat het nieuwe leren helemaal niet alleen over vaardigheden gaat. Feitelijk draait het natuurlijk om de vraag hoe een student het best kennis opdoet.’

Soms is de kritiek pittig, maar er valt wel doorheen te prikken. ‘Er ging eens een docent tegen me tekeer over het nieuwe leren, waarop ik vroeg: durf jij je hand ervoor in het vuur te steken dat iedere leerling goed genoeg is die jij met een zes-min aflevert? Nee, gaf hij toe.’

Overigens is hij het geheel met BON eens dat het studiehuis een mislukking is. ‘Dat kun je geen competentiegericht onderwijs noemen. Het is over het algemeen onvoorbereid en slecht ingevoerd.’

Henk van Opstal, onderwijskundige en beleidsadviseur bij Avans Hogeschool, vindt ook dat het studiehuis niet goed ontwikkeld is. Maar daar is de politiek zelf verantwoordelijk voor, zegt hij. ‘Het was de overheid die vond dat in korte tijd het studiehuis in het middelbaar onderwijs moest worden ingevoerd. Maar er was geen ontwikkelingsgeld voor.’

De kritiek op het nieuwe leren irriteert hem ‘mateloos’. ‘Mensen zeggen dat het onderwijs vroeger beter was, hebben het altijd over die ene fantastische docent, die zo goed kon lesgeven. En die andere 99 dan?’

Bovendien wordt er volgens hem geen rekening gehouden met de veranderde omstandigheden. ‘In mijn tijd ging misschien 10 procent van de jongens naar de hbs. Daarvan studeerde 10 procent door. We hebben het nu over veel grotere aantallen. De overheid wil dat zoveel mogelijk jongeren doorstuderen. Het onderwijs is veel massaler geworden.’

Van Opstal merkt ook privé dat de discussie snel op gang komt als hij vertelt wat voor werk hij doet. ‘Iedereen heeft meteen een mening. Van onderwijs heeft iedereen verstand.’ De onderwijskundige vindt dat eerst maar eens moet worden onderzocht of het huidige onderwijs onder de maat is, voor er van alles geroepen wordt.

Ook onderwijsadviseur René van Kralingen voelt tegenwind: ‘Soms sta ik als trainer over portfolio’s te praten en dan krijg ik opeens een enorme bak stront over me heen vanwege het nieuwe leren. Ik krijg ervoor betaald, maar leuk is het niet.’ Toch ziet Van Kralingen het niet al te somber in. ‘De landelijke uitwisseling van ervaringen met nieuwe onderwijsvormen neemt. Opleidingen zoeken elkaar steeds vaker op.’

Onderwijskundige en filosoof Pieter Mostert noemt als positief effect van alle kritiek dat het aantal contacturen weer toeneemt. ‘Dat is een goede zaak, want er was de afgelopen tijd werkelijk sprake van afbraak. Maar de vraag blijft vervolgens: wat doe je in zo’n les? De grote vergissing van BON is dat een leerling alleen maar kennis verwerft wanneer die door een docent wordt overgedragen. Daar is BON-voorzitter Ad Verbrugge, die een prima docent is, ook niet de hele tijd mee bezig. Ideologieën veroorzaken op dit gebied alleen maar ruis.’

Het innovatieve onderwijs is destijds in Maastricht geboren, waar de jonge universiteit besloot om het onderwijs helemaal anders in te richten. Onderwijskundige Peter Bouhuijs van de universiteit: ‘Er liggen hier weinig mensen wakker van de kritiek van Beter Onderwijs Nederland. Ik moet zeggen dat ik wel eens met verbazing kijk naar alle stukken waarin competentiegericht onderwijs wordt aangevallen. Alsof het allemaal zo slecht is. Wie in Maastricht gaat werken, weet precies waar hij aan begint, dus zoveel weerstand is hier niet.’ [BB/HOP, PM]

Meer lezen?