Terug naar overzicht

Relatie tussen opvangtehuizen en basisscholen verbeteren

Het zijn vooral simpele zaken waardoor de situatie van kinderen uit opvangtehuizen op basisscholen kan verbeteren zo betoogt Sietske Dijkstra, lector ‘Huiselijk geweld en opvang van vrouwen, kinderen en hun netwerk’.

‘De werkritmes van leraren en maatschappelijk werkers zijn heel anders. Maatschappelijk werkers moeten niet om half negen in de ochtend achtergrondinformatie komen geven. Dat is voor leraren net een piekmoment.’
Dijkstra gaf gisteren in Breda een lezing bij de eerste dag van het nieuwe lectoraat ‘Huiselijk Geweld’. In de lezing ging de lector in op een studie die zij gedaan heeft naar de samenwerking tussen opvangtehuizen en basisscholen.

Het is Dijkstra opgevallen dat er niet eerder onderzoek is gedaan naar de relatie tussen opvangtehuizen en basisscholen. ‘Er stond niks op papier. Afspraken en werk werden niet geëvalueerd, wat er toe leidde dat nieuwe welzijnswerkers en onderwijzers veel opnieuw uit moesten vinden.’

Schooldossiers zijn van essentiel belang, zo blijkt uit het onderzoek. Van veel kinderen in opvangtehuizen blijven de schooldossiers in de oude woonplaats liggen. Moeders vrezen dat de partner er anders achter komt wat de huidige verblijfplaats is. ‘Onderwijzers weten dus niet wat de achtergronden van het kind zijn dat ze in de klas krijgen. Het gedrag van kinderen is voor een onderwijzer moeilijk te interpreteren, net zoals het leerniveau.’ Een van Dijkstra’s aanbevelingen aan welzijnswerkers is het belang van de schooldossiers extra te benadrukken bij de ouders. ‘Er kan ervoor gezorgd worden dat die anoniem naar de nieuwe school worden doorgestuurd.’

Behalve het opbouwen en onderhouden van goede relaties tussen de basisscholen en de opvangtehuizen is het restant van de schoolcarrière een punt van aandacht. ‘Kinderen krijgen het moeilijk op hun volgende school, omdat de leraren daar niet weten hoe ze om moeten gaan met kinderen die komen uit een situatie van huiselijk geweld. Zo’n kind wil bijvoorbeeld altijd dicht bij de deur zitten, een vluchtroute hebben. Een leraar die hier niets van afweet, kan dit gedrag heel anders interpreteren. Daarom zouden er trainingen moeten komen voor onderwijzers.’ [AR]

Meer lezen?