Terug naar overzicht

Accreditatie te veel apk-keuring

De Onderwijsinspectie vindt het spijtig dat de visitatierapporten over opleidingen zo weinig inzicht geven in onderlinge kwaliteitsverschillen. Vooral het geringe aantal ‘excellente beoordelingen’ van opleidingen wekt verbazing.

Dat staat te lezen in het Onderwijsverslag 2006, het jaarrapport van de inspectie. Visitatiecommissies die ten behoeve van de accreditatie door de NVAO onderzoek doen naar de opleidingskwaliteit, mogen bij hun oordeel een vierpuntsschaal gebruiken. Voor deelonderwerpen als ‘beoordeling en toetsing’ en ‘onderwijsrendement’ kunnen ze de kwalificaties onvoldoende, voldoende, goed of excellent verlenen. Daarmee kan een divers beeld ontstaan van de verschillende opleidingen.

In de praktijk komt daar echter weinig van terecht. Van de bijna 7500 onderdelen van opleidingen die in 2006 werden beoordeeld kregen 5500 deelonderwerpen een ‘voldoende’ en 1800 een ‘goed’. Slechts zeventig keer werd een onvoldoende uitgedeeld, en het oordeel ‘excellent’ werd maar 53 keer gebruikt. Dat is zeer weinig, omdat er bijna 7500 deelonderwerpen zijn gewogen en veel universiteiten en hogescholen excellentie nastreven. Blijkbaar heeft dit nog niet tot resultaten geleid, constateert de inspectie, al kan ook meespelen dat de visitatiecommissies beducht zijn iets ‘excellent’ te noemen.

Daarnaast plaatst ze kanttekeningen bij het onderscheid tussen ‘voldoende’ en ‘goed’: het ene vbi-bureau dat visitatiecommissies aanstuurt, heeft ‘goed’ als standaardwaarde, de andere ‘voldoende’. ‘Hierdoor zegt het verschil tussen die scores niet zoveel’, staat in het verslag te lezen.

In een reactie op het Onderwijsverslag laat NVAO-voorzitter Karl Dittrich weten dat het accreditatiesysteem vooral gericht is op het handhaven van de basiskwaliteit, dus op het verschil tussen onvoldoende en voldoende. ‘Sinds juli 2006 kunnen instellingen die zich extra willen profileren hun opleiding ook laten toetsen op bijzondere kenmerken en bijzondere kwaliteit, maar hier is niet veel animo voor. We hebben pas in januari 2007 voor het eerst bij vier opleidingen bijzondere kenmerken kunnen valideren.’

Het gaat daarbij om de opleiding fysiotherapie van Saxion Hogescholen, die wordt gekenmerkt door haar stevige internationale oriëntatie en drie opleidingen van Fontys – ‘biologie en medisch laboratoriumonderzoek’, ‘chemie’ en ‘chemische technologie’ – die extra letten op duurzaamheid.

Maar de inspectie evalueert meer dan alleen de accreditatie. Ze plaatst kanttekeningen bij de aanhoudende roep om meer hoogopgeleiden: het zou beter zijn om uit te gaan van het idee studenten zoveel mogelijk op de juiste plek te krijgen: voor de een is een onderzoeksmaster het juiste eindstation, voor de ander een mbo-opleiding. ‘Het verhogen van het aantal hoogopgeleiden moet niet worden versimpeld tot “hoe meer hoe beter”.’

Ook wil de Inspectie meer aandacht voor allochtoon talent. In het hoger onderwijs kent deze groep nauwelijks meer uitval dan autochtonen, ‘maar in het voorgezet onderwijs en het mbo is dat wel het geval. Een te groot aantal allochtone studenten bereikt daardoor het hoger onderwijs niet.’ [TdO/HOP]

Meer lezen?