Terug naar overzicht

Dommerik moet niet hoofdrekenen

Kinderen kunnen steeds slechter rekenen, maar waar komt dat door? Grote klassen? Zwakke meesters en juffen?

Allemaal borrelpraat, zegt psycholoog Kees van Putten op Bessensap, een jaarlijkse bijeenkomst voor wetenschappers en journalisten.

Sinds 1987 is het getalbegrip van scholieren sterker en kunnen ze de uitkomst van sommen beter schatten. Maar gewoon rekenen is een ander verhaal: ze maken steeds meer fouten bij optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, constateert het Cito.

Van Putten (Universiteit Leiden) wilde er meer van weten en heeft samen met collega Meindert Beishuizen de rekentoetsen van Cito opgevraagd. Op de toetsformulieren heeft Cito naast de opgaven ruimte vrijgehouden om als kladpapier te dienen. Als leerlingen uit hun hoofd rekenen, heb je daar niets aan. Maar als ze het papier gebruiken, kun je zien hoe ze de rekenopgaven oplossen.

Het aantal opgaven zonder uitwerking bleek tussen 1997 en 2004 enorm toegenomen. Kinderen probeerden dus vaker te hoofdrekenen. Opvallend genoeg gebruiken vooral zwakke rekenaars geen papier. ‘Een van onze voornaamste conclusies is dan ook: kinderen, schrijf alsjeblieft wat op!’

Een deel van het probleem schuilt misschien in de zogeheten ‘realistische rekenmethode’, die sinds een jaar of dertig in zwang is. Hoofdrekenen is erg gepropageerd door de voorstanders van ‘realistisch rekenen’, maar zwakke leerlingen kunnen volgens Van Putten ‘niet adequaat inschatten wanneer ze wel en wanneer ze geen papier moeten gebruiken.’

Daarnaast vindt hij dat de leerlingen meer moeten oefenen en breekt hij een lans voor de aloude staartdeling. [BB/HOP]

Meer lezen?