Terug naar overzicht

ISO wil één kwaliteitswaakhond

Het hoger onderwijs kan beter door één instantie worden gecontroleerd, vindt studentenorganisatie ISO. Nu zijn daar te veel instanties bij betrokken en heeft het ministerie de onderwijskwaliteit onvoldoende in de greep.

Het Interstedelijk Studenten Overleg bood minister Plasterk gisteren een advies aan waarin het pleit voor de oprichting van een ‘Hoger Onderwijs Autoriteit’. Daarin worden activiteiten van drie bestaande organisaties gebundeld: accreditatieorganisatie NVAO, de Onderwijsinspectie en de Informatie Beheergroep.

De commerciële ‘VBI’s’, die door de opleidingen worden ingehuurd om hun onderwijs te laten onderzoeken en beoordelen, moeten verdwijnen. Volgens het ISO zijn ze erin gespecialiseerd om de NVAO minimale informatie te geven die nodig is voor erkenning van de basiskwaliteit. Kritische kanttekeningen en aanbevelingen die belangrijk zijn voor het verbeteren van de opleiding, worden niet openbaar gemaakt. Het ISO wil dat alle commerciële afhankelijkheidsrelaties uit het accreditatiesysteem verdwijnen en dat de onderwijsautoriteit de taken van de VBI’s zelf gaat uitvoeren.

Ook studenten moeten de mogelijkheid hebben om de onderwijsautoriteit in te schakelen als ze slecht onderwijs krijgen. Voorzitter Sebastiaan den Bak: ‘Het wordt tijd dat ze op een autoriteit kunnen rekenen die, indien nodig, haar tanden kan laten zien.’

Om de controle en registratie van het onderwijsaanbod te vereenvoudigen wil het ISO af van ‘ouderwetse’, smalle opleidingen die allemaal apart geaccrediteerd moeten worden. Deze kunnen beter worden samengevoegd tot wat het ISO ‘graden’noemt: een samenhangend geheel van onderwijsdisciplines waarvoor dezelfde titel aan de afgestudeerde wordt verleend. Bijvoorbeeld: een Bachelor of Science in Social Studies, of een Master of Arts in Romanic Languages.

Bijkomend voordeel van breder ingericht onderwijs zou zijn dat studenten meer keuzemogelijkheden hebben. Dat zou leiden tot minder studieuitval. [HC/HOP]

Meer lezen?