Terug naar overzicht

‘Veel obstakels voor Europese studentenmobiliteit’

Europa is nog lang geen eenheid op het gebied van hoger onderwijs. De landen die het Bologna-verdrag tekenden, beperken zich te veel tot de technische invoering van het bachelor-masterstelsel.

Dat staat te lezen in een onderzoeksrapport van de Europese studentenbond ESIB, waarvan de Nederlander Koen Geven voorzitter is. Bijna overal in Europa kunnen studenten inmiddels een bachelor- of masteropleiding volgen, maar aan hun sociale positie is nog weinig gedaan. Terwijl die volgens het Bologna-verdrag van 1999 zou worden verbeterd.

Alleen Nederland, IJsland, Noorwegen en Finland geven studenten die hun opleiding in het buitenland volgen studiefinanciering mee. Met beurzen voor een kortdurende uitwisseling zijn de Europese landen wat scheutiger, al moeten in West-Europa vooral de Ierse en Waalse studenten veel moeite doen om er een te bemachtigen.

ESIB vraagt ook aandacht voor het weinig eenduidige Europese studiepuntensysteem. De afgelopen jaren werd in de meeste Europese landen het ‘eigen’ studiepuntensysteem vervangen door ‘ects’. Daarin telt een studieprogramma van een jaar voor zestig punten. Op papier klopt het, maar in de praktijk komt er weinig van terecht. En dat is volgens de studentenorganisatie slecht voor de internationale vergelijkbaarheid en mobiliteit.

Zo is het systeem in Frankrijk en Duitsland officieel ingevoerd, maar bestaat daar volgens ESIB geen duidelijk verband tussen de toekenning van het aantal punten en de feitelijke studielast. Ook in andere landen kan een student tien ects-punten krijgen voor een vak dat elders maar twee punten waard is. Nederland zou het systeem wel goed hebben ingevoerd.

De landen die de Bologna-verklaring ondertekenden spraken vorige week in Londen de intentie uit dat ze het Bolognaproces na 2010 willen voortzetten. [TdO/HOP]

Meer lezen?