Terug naar overzicht

‘Minder vwo’ers compenseren met de beste havisten’

Behalve het aantal, daalt ook het niveau van de studenten bij de pabo’s. De Informatie Beheer Groep meldde onlangs dat het aantal vwo’ers dat zich dit jaar voor een pabo aanmeldde met 22,5 procent gedaald is.

Dat hoeft niet per se een probleem te zijn, zegt Jef Bückers, directeur van de Pabo Breda. Zolang dan de betere havisten maar komen.

Naast de vwo’ers daalde ook het aantal havisten dat zich inschreef bij de pabo: 12,8 procent minder. Flinke groei is wel zichtbaar bij de studenten die toelatingsexamen moeten doen omdat hun vooropleiding onvoldoende is. Van hen schreven zich 36 procent meer mensen in dan vorig jaar. Daling van het gemiddelde niveau van de instromers kan het niveau van de hele opleiding omlaag halen.

De slechte publiciteit over pabo’s van de afgelopen tijd wordt alom genoemd als mogelijke oorzaak van de verminderde aantrekkingskracht van pabo’s.

De daling van het aantal vwo’ers hoeft niet problematisch te zijn, zegt Pabodirecteur Bückers. ‘Als we de lagere instroom van vwo’ers compenseren met het aantrekken van de betere havisten, hoeft er geen probleem te zijn. Maar of we dat op dit moment doen, weet ik niet.
Bij de pabo zijn drie zaken belangrijk: hoofd, hart en handen. Je moet analytisch zijn en veel weten over hoe je een kind schoolt. Ten tweede moet je met ze kunnen omgaan en weten wat hen beweegt en ten derde met je handen uiteenlopende dingen kunnen: van knutselen en tekenen tot klassenmanagement. Dat analytische is bij vwo’ers doorgaans meer verankerd dan bij havo’ers, al moeten zij ook die twee andere zaken in zich hebben.’

Door het dalende niveau van de instromers kan de uitval stijgen, omdat de mindere studenten alsnog worden uitgeselecteerd. Maar dat hoeft niet zo te zijn. ‘Als een grotere groep studenten zwakker is, kan het niveau van de hele pabo dalen. Docenten willen niet de helft van hun studenten wegsturen, managers willen het rendement niet omlaag zien gaan. We hebben echter ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid en mogen niet zomaar iedereen laten studeren. Selectie van studenten moet dan wel tijdens de propedeuse gebeuren. Daarna hebben mensen te veel tijd verloren om nog aan een andere studie te beginnen’, aldus Bückers.

In contrast met de pabo steeg het aantal aanmeldingen bij techniekopleidingen voor het eerst sinds jaren. Bückers ziet een rol voor de Pabo Breda weggelegd om dat ook in de toekomst zo te houden, met een minor Techniek. Uiteindelijk moet die benadering op basisscholen zorgen dat meer kinderen de technische studies gaan volgen.

De minor is niet bedoeld om basisschoolkinderen techniekvakken te leren, maar om aan de hand van techniek andere dingen te leren. Bückers: ‘Je kunt een stoel als voorbeeld gebruiken en ze leren rekenen aan de hand van de krachten die erop werken. Je kunt ze aardrijkskundige zaken leren door in te gaan op het materiaal waar de stoel van gemaakt is. Zo laat je zien dat alles om ons heen met techniek te maken heeft.’

De minor gaat waarschijnlijk pas lopen in studiejaar 2008-2009, omdat in het huidige derde jaar onvoldoende studenten zijn om een volledige groep te kunnen vormen. Van het bescheiden aantal studenten dat drie jaar geleden instroomde, zijn er nu nog zestig tot zeventig over en ongeveer de helft van hen kiest al voor de minor Bewegingsonderwijs. Naast de tweede minor Zorgverbreding zijn niet genoeg studenten over voor nóg een minor. Bückers: ‘De minor Bewegingsonderwijs zorgt voor een vrijstelling van 75 procent voor een post-hbo cursus om gymlessen te mogen geven op basisscholen. Omdat die cursus erg duur is, zien basisscholen graag studenten met die minor op hun diploma.’ [RS]

Meer lezen?