Terug naar overzicht

WO-bacheloronderwijs moet uit ‘neerwaartse spiraal’

Twintig procent van de universitaire bacheloropleidingen haalt de accreditatie slechts met de hakken over de sloot. Minder vrijblijvendheid en wellicht een ‘harde knip’ met de masterfase moeten tot verbetering leiden.

Beter bacheloronderwijs staat sinds het aantreden van Sijbolt Noorda als voorzitter van universiteitenvereniging VSNU hoog op de agenda van de universiteiten. Tijdens een tweedaagse conferentie in Middelburg pleitte hij vorige week onder meer voor de komst van een Academie voor Hoger Onderwijs, bedoeld als tegenhanger van wetenschapsorganisatie KNAW: een denktank waarin coryfeeën op onderwijsgebied werken aan nieuw elan. Nu ligt de nadruk in het wetenschappelijk onderwijs te sterk op onderzoek.

Het onderwijs aan jongerejaars is te lang bijzaak geweest in het wetenschappelijk onderwijs. En ook sinds de invoering van het bama-stelsel ging het de universiteiten vooral om de masteropleidingen, die een sterkere link hebben met het prestigieuze onderzoek. Het verhaal dat minder succesvolle onderzoekers ‘voor straf’ moeten lesgeven in de bachelorfase, werd algemeen herkend door de congresgangers.

Een van de sprekers was Karl Dittrich, oud-collegevoorzitter van de Universiteit Maastricht en tegenwoordig voorzitter van accreditatieorganisatie NVAO. Wat hem betreft is het hoog tijd dat de universiteiten hun bacheloronderwijs gaan verbeteren. Van de 223 onderzochte opleidingen is er weliswaar nog geen enkele afgekeurd, maar één op de vijf haalde de basisnorm maar net. Ook studenten gaf hij een veeg uit de pan: ‘Kennelijk zijn ze niet gemotiveerd genoeg om meer dan dertig uur per week aan hun studie te besteden’, aldus Dittrich. ‘Te veel studenten zijn vooral in het eerste studiejaar bezig met zoveel andere – ook belangrijke – zaken dat onderwijs “corvee” wordt.’

Volgens VSNU-voorzitter Noorda is het niet alleen kommer en kwel. Eerder dit jaar belegde de VSNU al vier bijeenkomsten waar universiteiten goede voorbeelden uitwisselden om de bachelorsfase te versterken. En de keuze voor de Middelburgse Roosevelt Academy als congreslocatie was ook niet toevallig: 85 procent van de studenten van dit university college heeft zijn diploma binnen drie jaar op zak.

‘Dean’ Hans Adriaansens – de man die het liberal arts onderwijs in Utrecht introduceerde – deed voor de gelegenheid een aantal suggesties waarmee de bacheloropleidingen zich kunnen onderscheiden. Hij pleit onder meer voor een aparte standaard voor ‘undergraduate’ onderwijs en onderzoek. Ook moeten de bacheloropleidingen een eigen rector krijgen.

Tijdens de workshops werden ook pittiger stellingen besproken. Zo bleken er veel voorstanders van de zogenaamde ‘harde knip’: alleen studenten met een afgeronde bacheloropleiding mogen door naar de masterfase. Ook de doorstroommaster moest het ontgelden: die kan beter worden geschrapt om strategisch gedrag van instellingen te voorkomen.

Dat het snel tot zulke radicale maatregelen komt, ligt niet voor de hand. Opmerkelijk was wel dat er tijdens de VSNU-conferentie weinig partijen waren die de hakken in het zand zetten. Een houding die Sijbolt Noorda kon waarderen: ‘We moeten van gezamenlijke vrijblijvendheid naar gezamenlijke betrokkenheid. En dat kan alleen als studenten, docenten en bestuurders er met elkaar aan werken. Als studenten in een vakbondsreflex schieten en zeggen “kom maar met je plan, we zien wel wat we er van vinden”, als de docenten blijven wijzen op de vrijblijvendheid van studenten zonder acht te slaan op de vrijblijvendheid waarmee soms college wordt gegeven, en als de bestuurders achter het plexiglas blijven hangen, gebeurt er niets.’ [TdO/HOP]

Meer lezen?