Terug naar overzicht

Hbo’ers hebben vaak spijt van opleidingskeuze

Dat blijkt uit de Hbo-monitor 2006, die deze week is verschenen. Daarin staan de resultaten van een enquête onder 21 duizend alumni, die anderhalf jaar na hun afstuderen is afgenomen. Dertig procent van de economen zegt de verkeerde opleiding te hebben gekozen. Onder leraren is het slechts elf procent.

De spijt heeft weinig te maken met hun positie op de arbeidsmarkt, want leraren zien hun professionele toekomst somberder in dan de economen. Slechts één op de vijf leraren denkt dat hij goede carrièreperspectieven heeft. Onder economen is dat ruim drie op de vijf. Economen verdienen bovendien een hoger salaris en zijn minder vaak werkloos.

Het ontbrak aan goede studievoorlichting, vinden de economen. Zij geven de wervingscampagnes van de hogescholen een zesje. Leraren blijven ook zuinig, maar geven toch een 6,4.

Ook de docenten krijgen van de economen weinig applaus: een 6,9 voor de inhoud en een 6,6 voor didactiek. Studenten van de pedagogische vakken oordelen milder: hun docenten krijgen een 7,2 en 6,9.

In het algemeen vindt 22 procent van de ondervraagden de hbo-opleiding te makkelijk, terwijl driekwart geen klachten heeft over het niveau. Een kwart vond dat de opleiding te weinig diepgang had. Op deze punten vinden economen en leraren elkaar: zij klagen er het hardst over. Afgestudeerden van gezondheidszorgopleidingen zijn vaker tevreden.

De vragen over het niveau zijn vorig jaar ook gesteld en toen leek de kritiek zwaarder: bijna de helft van de respondenten vond het hbo te licht. De cijfers zijn alleen moeilijk vergelijkbaar, omdat de onderzoekers zijn overgestapt van een vijfpuntsschaal naar een zevenpuntsschaal. Daar rollen andere percentages uit.

Meer dan tachtig procent van de afgestudeerden heeft een baan op hbo-niveau. Alleen sociaal-agogen blijven achter: een derde werkt onder hbo-niveau. [BB/HOP]

Meer lezen?