Terug naar overzicht

Hoger opgeleide huisvrouwen moeten aan het werk

Dat staat te lezen in een advies dat de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) gisteren publiceerde. Het grootste deel van de niet werkende hoogopgeleiden is jonger dan 35 jaar, en bestaat voor ongeveer tweederde uit vrouwen. Welke opleidingen ze hebben genoten, heeft de RWI niet laten onderzoeken.

Omdat de groep geen uitkering ontvangt, staan ze niet verplicht ingeschreven bij de Centra voor Werk en Inkomen (CWI’s) – de vroegere arbeidsbureaus. Die ondernemen daarom weinig pogingen om ze aan werk te helpen en dat is jammer, vindt de overkoepelende RWI.

Hoewel de jonge hoopopgeleiden goed in de markt liggen, lopen ze tegen een aantal problemen aan. De in vacatureteksten gewenste ‘recente werkervaring’ ontbreekt bijvoorbeeld. Ook willen ze vaak parttime werken, zeker als ze opgroeiende kinderen hebben.

De RWI denkt dat de niet-uitkeringsgerechtigden (‘nuggers’ in jargon) met een beetje goede wil aan werk te helpen zijn. Een meer gevarieerd aanbod van deeltijdbanen kan daarbij helpen. Ook moeten werkgevers deze groep meer mogelijkheden bieden om thuis te werken.

Twee jaar geleden opperde de PvdA – toen nog oppositiepartij – een hardere opstelling ten aanzien van hoogopgeleide thuiszitters. Die zouden de kosten voor hun volledige wetenschappelijke of hbo-opleiding moeten terugbetalen aan het rijk. Het interne discussiestuk, geschreven door de huidige staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Jet Bussemaker, kwam de PvdA op veel kritiek te staan. [TdO/HOP]

Meer lezen?