Terug naar overzicht

Is de zesjescultuur verleden tijd?

Voor een artikel in universiteitsblad VOX , dat gisteren de voorpagina van de Volkskrant haalde, had hij de studentenadministratie van de Radboud gevraagd na te gaan hoe het aandeel zessen zich in de loop der tijd ontwikkelde. In 1984 was 45 procent van de voldoende tentamencijfers een zes. Dat percentage daalde naar ongeveer 33 vanaf 2000.

Volgens Welters kan dit niet worden verklaard doordat opleidingen hun studenten soepeler beoordelen. ‘Leraren zullen misschien geneigd zijn van een 5 een 6 te maken, dus dan zou je juist meer zessen moeten krijgen.’

Begin deze maand publiceerde het Maastrichtse Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) een internationaal onderzoek waaruit bleek dat Nederlandse studenten zesjeskampioen zijn. Slechts 26 procent van de ondervraagde Nederlandse afgestudeerden verrichtte meer werk dan nodig om zijn tentamens te halen, tegen een internationaal gemiddelde van 38 procent. En slechts één op de drie gaf aan dat ze tijdens hun opleiding voor de hoogst mogelijke cijfers gingen. Internationaal gold dit voor ruim de helft van de ondervraagden.

ROA-onderzoeker Jim Allen vindt het Nijmeegse onderzoek interessant, maar betwijfelt of het einde van de Nederlandse zesjescultuur kan worden geproclameerd. ‘De afname van het aandeel zessen in Nijmegen kan namelijk ook betekenen dat de universiteit haar studenten milder is gaan beoordelen en ze vaker een zeven geeft.’

In dat verband wijst hij op een andere uitkomst van het onderzoek: Nederlandse afgestudeerden vinden het onderwijs dat ze volgden aanzienlijk minder veeleisend dan de ondervraagden in veertien andere landen. ‘Een onderzoek naar de kwaliteit van afstudeerscripties door de jaren heen zou een interessant nieuw licht kunnen werpen op de vraag of opleidingen hun studenten nog even streng beoordelen als vroeger.’ [HC/HOP]

Meer lezen?