Terug naar overzicht

‘ABM schiet tekort in begeleiding’

In de Onderwijs- en Examen Regeling (OER) van de ABM staat dat de uiterste termijn voor het geven van een negatief studieadvies vastgesteld is op twee schooljaren. Deze student had dan niet op 11 juli 2007 een negatief studieadvies moeten ontvangen, maar in juli 2006. Reden voor hem om in beroep te gaan.

De examencommissie verweert zich door te stellen dat zij van plan was in juli 2006 een negatief studieadvies uit te brengen. Maar op aandringen van enkele docenten, die vermoedden dat er sprake was van persoonlijke omstandigheden, werd besloten dit een jaar op te schorten. Met de student is een studieplan, met gereduceerd programma overeengekomen. Omdat hij aan het eind van het afgelopen schooljaar geen van de onderdelen uit het studieplan had behaald, is alsnog besloten het negatief studieadvies uit te brengen.

Een ander punt van het beroep van de student Civiele Techniek is de lange termijn tussen het indienen van zijn bezwaar op 17 juli en de reactie van de examencommissie op 23 augustus. Deze periode van vijf weken is in strijd met de in OER genoemde termijn van twee weken. De examencommissie is van mening dat een onderwijsvrije periode niet mag worden meegerekend bij het bepalen van de termijn.

Het College van Beroep (CvB) vindt dat de student op beide punten gelijk heeft. ‘Gelet op het karakter van een studieadvies en het belang daarvan voor de student, kan het niet zo zijn dat de student, na medio juli bezwaren te hebben geuit, tot eind augustus moet wachten alvorens hij duidelijkheid krijgt omtrent de status van het litigieuze negatieve bindend doorstudeeradvies’, schrijft het College in het beroepsschrift. De examencommissie heeft dus de termijn van twee weken overschreden.

Tijdens de zitting heeft het CvB ook vastgesteld dat de begeleiding die de student in het kader van het studieplan zou ontvangen, slecht heeft bestaan uit een eenmalig contact met de betreffende docent. ‘Het College kan niet anders vaststellen dan dat de opleiding in haar begeleidende taak bij de uitwerking van het studieplan tekort is geschoten’, staat in het beroepsschrift.

De slotconclusie van het CvB in deze zaak is dan ook dat het beroep gegrond is. Omdat het onmogelijk is om dit studiejaar nog met een andere opleiding te beginnen, vindt het CvB dat de student een extra half jaar moet krijgen om zijn propedeuse te halen. [AR]

Meer lezen?