Terug naar overzicht

Onbegrip over verhoging collegegeld

Minister Plasterk van OCW heeft het extra collegegeld nodig om zijn actieplan tegen het lerarentekort te kunnen betalen. Toch worden de totale kosten van het plan  – ruim 1,1 miljard euro –grotendeels gefinancierd met ‘nieuw geld’. Om te beginnen benut Plasterk de extra 340 miljoen euro die al voor de leraren was gereserveerd bij het aantreden van het kabinet. Daarnaast krijgt hij de beschikking over 400 miljoen euro uit een fonds voor incidentele loonontwikkeling, dat normaal gesproken tot de reserves van het ministerie van Financiën hoort. Verder wil Plasterk snoeien in de extra vrije dagen van oudere docenten en haalt hij wat geld weg bij het primair en voortgezet onderwijs, zonder dat dit gevolgen heeft voor het lespakket.

Met andere woorden: de pijn wordt verdeeld. Maar de studentenbonden vinden het plan om het collegegeld gedurende een decennium jaarlijks met 22 euro te verhogen ‘onbegrijpelijk’. Studenten gaan er immers al jaren financieel op achteruit. En nu komen er weer extra kosten bij. ‘Het kabinet heeft de mond vol van toegankelijk hoger onderwijs, meer kwaliteit en een verhoogde participatie van allochtonen. Collegegeldverhoging staat haaks op die voornemens’, reageren ISO en LSVb.

In de strategische agenda voor het hoger onderwijs die vrijdag verscheen, staat echter dat studenten met minder draagkrachtige ouders via de aanvullende beurs worden gecompenseerd voor de extra kosten. De overige studenten kunnen hun collegegeld van het rijk lenen.

De angst voor een enorme studieschuld probeert Plasterk te beteugelen door het terugbetalingregime aan te passen. Oud-studenten beginnen pas met aflossen als ze meer dan 120 procent van het minimumloon verdienen. Nu moet iedereen die boven het minimuminkomen zit al terugbetalen. Daarnaast kunnen ze aflossen in relatief kleinere maandtermijnen, omdat de schuld niet langer in vijftien maar in vijfentwintig jaar wordt afgelost. Bovendien kan de terugbetaling op verzoek voor maximaal vijf jaar worden onderbroken.

Maar ook daarover zijn de studentenbonden slecht te spreken: door verlenging van de terugbetalingstermijn tot 25 jaar is een oud-student ‘bijna tot aan zijn pensioen zijn studieschuld aan het afbetalen’. ISO en LSVb hopen nu de Tweede Kamer te kunnen overtuigen dat de onderwijsbegroting ‘geen grabbelton is, waar bij elk probleem weer iets kan worden uitgehaald’. Toch laat ISO-voorzitter Bastiaan Verweij weten dat een actie op het Malieveld onwaarschijnlijk is. ‘Een treinkaartje alleen kost al meer dan de collegegeldverhoging.’

Koepelorganisaties VSNU en HBO-raad zijn milder in hun oordeel, maar wijzen de collegegeldverhoging uit principe af. ‘Het collegegeld wordt verhoogd zonder dat studenten daar iets voor terugkrijgen’, aldus VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda in een eerste reactie. ‘En daarbij is het niet logisch om het ene deel van het onderwijsgebouw te repareren door elders te snijden.’ Zijn collega Doekle Terpstra van de HBO-raad maakt zich zorgen om de toegankelijkheid van het hoger onderwijs, ook al gaat het  ‘om een bescheiden verhoging’. [TdO/HOP]

Meer lezen?