Terug naar overzicht

‘Vooral allochtonen dupe van zwaarder examen’

Vooral onder de havisten en vwo’ers met een niet-westerse achtergrond – zevenduizend in havo en vwo samen – zou een slachting zijn aangericht: van de allochtone havisten was dan slechts 52 procent geslaagd (nu 78 procent), van de vwo’ers 61 procent (nu 83 procent). Ook onder autochtonen zou het aandeel geslaagden fors zijn gedaald: van negentig naar 67 procent van de havo-kandidaten en in het vwo van 94 procent naar 75 procent. In totaal deden 74 duizend scholieren examen.

Het CBS voerde de analyse uit nadat de Onderwijsraad minister Plasterk in september adviseerde voor Engels, Nederlands en wiskunde een voldoende te eisen. Onvoldoendes zouden de aansluitingsproblemen in het hoger onderwijs niet meer mogen worden gecompenseerd voor deze belangrijke basisvakken. Plasterk veegde dat plan direct van tafel: hij voorzag dat de helft van de scholieren zou zakken. De Onderwijsraad zelf hield het op basis van inspectiegegevens op vijftien procent, en oordeelde dat de schade beperkt zou blijven. Het CBS zit met 31 procent nu tussen de twee partijen in.

 De betekenis van de uitvalberekeningen is beperkt: de scholieren die in 2006 examen deden, wisten dat ze zich voor de drie vakken onvoldoendes op hun eindlijst konden permitteren. Of havisten en vwo’ers anders harder waren gaan werken, is uit een analyse van de eindcijfers niet op te maken. Bij de conclusies werkte het CBS met de eindcijfers van havo- en vwo-scholieren, ofwel het gemiddelde van schoolonderzoek en eindexamen. [TdO/HOP]

Meer lezen?