Terug naar overzicht

Ruim baan voor maatwerk en selectie

Selectie aan de poort van het hoger onderwijs is al jaren een heet hangijzer in de politiek: de ene helft van de Tweede Kamer – met name de VVD en de PvdA – wil dat het hoger onderwijs studenten vooraf kan wegen en dat het meer collegegeld mag rekenen voor topopleidingen. De andere helft – waaronder het CDA en de linkse oppositie – vindt nog altijd dat een diploma uit het voortgezet onderwijs in beginsel hoort te volstaan en dat al het onderwijs even duur moet blijven.

Om de patstelling te doorbreken werd in 2004 besloten tot experimenten met selectie en collegegelddifferentiatie. Daar mochten alleen opleidingen aan meedoen die inhoudelijk of didactisch uitstegen boven de middelmaat. Een commissie onder voorzitterschap van oud-minister van Justitie Benk Korthals (VVD) moest deze experimenten evalueren.

Naast proeven met selectie aan de poort en hoger collegegeld kregen twee hogescholen – Windesheim en Fontys – groen licht voor een project waarin afgehaakte scholieren zonder diploma aan een hbo-opleiding konden beginnen. Bovendien voegde de Tweede Kamer op aandringen van het CDA experimenten toe met honoursprogramma’s voor studenten die in het eerste jaar werden uitverkozen. Daarmee konden de effecten van selectie voor en na de poort met elkaar worden vergeleken.

Drie jaar later concludeert de commissie-Korthals dat het bovenal belangrijk is dat het hoger onderwijs meer maatwerk biedt en dat het kabinet daar ook de financiële middelen voor moet geven. De tien miljoen euro die het kabinet nu op de begroting heeft staan voor ‘excellentie en differentiatie’ zijn te zuinig. Daarvoor zou minstens het vijfvoudige nodig zijn. Maatwerkopleidingen mogen van de commissie bovendien een hoger collegegeld in rekening brengen.

Dat studenten voor deze maatwerkprogramma’s vooraf worden geselecteerd, vindt de commissie niet meer dan logisch. Bij numerus fixus-opleidingen en university colleges die meteen in het eerste jaar beginnen, gebeurt dit ook aan de poort, dus waarom zou dit elders niet mogen gebeuren? Daarbij wordt behalve naar cijferlijsten ook naar de persoonlijke kenmerken en motivatie van kandidaten gekeken. Dat dit oneerlijk zou zijn voor wie wordt geweigerd, schuift de commissie terzijde: bij een numerus fixus wordt immers ook ‘nee’ verkocht aan potentiële studenten.

Maar voor massaopleidingen is het volgens de commissie beter om pas tijdens of na het eerste jaar een selectie te maken. Topstudenten kunnen dan een zwaarder honoursprogramma volgen waarin ze samen met hun docenten het onderste uit de kan halen. De overige studenten zouden in kleinere groepen sterker betrokken moeten raken bij hun studie.

De commissie gaat niet in op de vraag of het ene selectiemiddel beter is dan het andere. Korthals en de zijnen vinden alle instrumenten nuttig waarmee studenten en opleidingen goed worden ‘gematcht’. Daarmee moet al een begin worden gemaakt in het laatste jaar van het voortgezet onderwijs. Over de voorspellende waarde van selectie kan nog niet veel worden gezegd, omdat studenten die aan de poort zijn geselecteerd vaak nog aan het studeren zijn. De commissie adviseert dan ook om de groep te blijven volgen. Op de arbeidsmarkt wordt wellicht meer duidelijk.

De commissie beveelt verder aan het experiment met de toelating van ongediplomeerde scholieren voort te zetten. De proef is te klein om een duidelijk oordeel te vellen. Bovendien zijn de studenten van Fontys Hogescholen zeer succesvol, maar blijkt de groep van de Hogeschool Windesheim moeite te hebben om mee te doen. [TdO/HOP]

Meer lezen?