Terug naar overzicht

Leegstaande panden goed voor duizenden studentenkamers

‘Deze week meldden diverse media dat steden geen flauw idee hebben hoeveel panden er eigenlijk leeg staan. Wij weten het ook niet precies, maar het zijn er erg veel’, denkt LSVb-voorzitter Lisa Westerveld, die afgelopen week een symposium over ‘wonen boven winkels’ organiseert. ‘Tegelijkertijd zoeken studenten zich in veel steden een ongeluk naar een geschikte kamer. Wij hopen van verschillende partijen – woningbouwverenigingen, gemeentebestuurders – suggesties te krijgen om die ruimten bewoonbaar te maken voor studenten.’

Directeur Remco de Maaijer van huisvestersvereniging Kences denkt dat de ongebruikte vierkante meters tweehonderdduizend studentenkamers kunnen opleveren. ‘Daarmee zou je de kamernood in veel steden kunnen oplossen. Maar in de praktijk komt er weinig van terecht. In Amsterdam kwamen er tussen 1985 en 2007 jaarlijks zo’n 21 kamers boven winkels bij. Dat schiet niet op.’

Ondernemers zijn volgens De Maaijer vaak nog bang voor problemen met hun huurders. ‘Ze vrezen dat hun huurder gaat klagen over geluidsoverlast. Anderen houden de ruimte liever leeg vanwege de uitbreidingsmogelijkheden. Maar met studenten is daar een mouw aan te passen: die trekken zich doorgaans minder aan van herrie en kunnen via een campuscontract gedwongen worden na hun afstuderen weer te verhuizen. Daardoor zit een winkelier niet tot in lengte van jaren aan een huurder vast.’

Niet alleen studenten zijn daarmee geholpen, denkt De Maaijer. ‘Winkelcentra zijn ’s avonds vaak helemaal leeg, en dat geeft een unheimisch gevoel. Met studentenhuisvesting maak je daar een einde aan, want er is weer leven in de brouwerij.’

De aarzeling om leegstaande panden gereed te maken voor bewoning wordt volgens De Maaijer ook in de hand gewerkt door gemeentebestuurders. ‘Die stellen vaak meer eisen dan het ministerie van VROM. Daar moeten we van af. Minister Vogelaar werkt aan een brief die de stadsbestuurders daar op wijst. Verder beslist ze dit najaar over de invoering van een heffing waarmee leegstand wordt belast.’

Volgens Westerveld is de kamermarkt nog altijd te krap. Behalve de klassieke voorbeelden – in Amsterdam en Utrecht is het nog altijd dweilen met de kraan open – noemt ze ook Nijmegen en Zwolle steden met huisvestingsproblemen. ‘Zwolle heeft kennelijk geen sluitend beleid voor studentenhuisvesting. Terwijl de Hogeschool Windesheim toch een flinke hogeschool is tegenwoordig. Dat geeft problemen.’

Toch kwamen er de afgelopen jaren in veel steden duizenden woningen bij. ‘En daar zijn we heel erg blij mee. Maar naast al die nieuwe studentenflats moet het mogelijk zijn iets te doen met bestaande panden.’ [TdO/HOP]

Meer lezen?