Terug naar overzicht

Waardoor wordt studententevredenheid bepaald?

Volgens het Hoger Onderwijs Persbureau, dat meewerkt aan de Nationale Studenten Enquête is het laatste tevredenheidsonderzoek door HBO-raad een aanfluiting. ‘Een slager die zijn eigen vlees keurt.’

 

Avans Hogeschool greep het onderzoek aan om een positief persbericht op de Avanssite te zetten. ‘HBO-raad: Avansstudenten tevreden over opleiding’, staat te lezen in een persbericht van Avans Hogeschool. Maar wat houdt dit in? Er staat in het persbericht niet bij wat de gemiddelde tevredenheid is. Of je dan een beetje beter of een beetje minder dan gemiddeld bent, zegt dan ook niet zo veel (de gemiddelde uitslagen kun je lezen op www.hbo-raad.nl), vooral niet omdat door de opzet van het onderzoek de uitslagen toch al heel ‘grof’ zijn. 

Het HOP vindt de vragen van het HBO-raadonderzoek ‘sturend’ en de uitslag te grofmazig. ‘Neem de stelling “mijn docenten zijn inhoudelijk voldoende deskundig”. Meer dan zeventig procent van de studenten is het daarmee eens, maar wat betekent zo'n oordeel? Vinden ze hun docenten “uitmuntend” of “wel redelijk”? Het is het verschil tussen een negen en een zesje.’  

Henk van Opstal, senior medewerker van het Leer- en Innovatiecentrum vindt de mening van het HOP te cru. ‘Dat de vragen sturend zouden zijn, is bij mij niet opgekomen.  Maar ik denk wel dat de uitslagen te breed zijn, maar dan nog kun je wel zien waar iets echt niet goed gaat.’ 

Van Opstal vindt wel dat er niet goed is nagedacht over de reden waarom de vragen zijn gesteld. ‘Er is niet uitgegaan van een hypothese. Alle hogescholen hebben vragen mogen indienen en daar is deze vragenlijst uit voortgekomen. De vragen komen vooral overeen met wat bij een accreditatie van een opleiding vereist wordt. Er is nog steeds geen duidelijk beeld van wát je moet vragen om de waardering van studenten voor hun opleiding en school écht te weten te komen.’ 

Dat onderzoekers dat vaak nog niet weten, ziet Van Opstal in de uitslagen van enquêtes. Hij noemt als voorbeeld een onderzoek van het Ministerie van Onderwijs uit 2004. Op deelgebieden – zoals docenten, inhoud onderwijs, faciliteiten – gaven studenten telkens lagere punten dan voor de school als geheel. ‘Dat kan dus eigenlijk niet. Je bent dan iets vergeten te vragen wat een hoge score had opgeleverd. Misschien is dat wel “sfeer”, de context waarin studenten studeren, de sociale factor.’ 

Henk van Opstal gaat deze zomer samen met Jan Maas de verschillende onderzoeken die er zijn vergelijken en analyseren. ‘We willen vooral weten waardoor de studententevredenheid bepaald wordt.’ [PM]

Meer lezen?