Terug naar overzicht

Accreditatiestelsel kan beter

In een gisteren verschenen evaluatie van de kwaliteitsbewaking in het hoger onderwijs oordeelt de Algemene Rekenkamer positief over het accreditatiesysteem. Er moeten nog wel wat puntjes op de i. De ‘zelfevaluaties’ van opleidingen verbloemen tekortkomingen en de externe visitatiecommissies of vbi’s die de opleidingen vervolgens onder de loep nemen, zijn niet altijd even helder in hun oordeel. Het vellen van een eindoordeel door de NVAO is daardoor lastig, erkent de Rekenkamer, maar toch lukt dat aardig. 

Opmerkelijk is het verwijt dat de NVAO soms zwakke opleidingen spaart door het vbi-rapport af te keuren. Daarmee geeft ze de instelling een jaar de tijd om op het gewenste niveau te komen, en dat gaat de Rekenkamer te ver. Dan kan de NVAO zo’n opleiding beter afkeuren, of aanvullend eigen onderzoek instellen.  

NVAO-voorzitter Karl Dittrich noemt het een kwestie van interpretatie. 'Op het moment dat een opleiding na een kritische zelfevaluatie met allerlei verbetertrajecten aan de slag is, krijgt deze van vbi’s nog wel eens het voordeel van de twijfel. Wij stellen dan vast dat je op basis van alle mooie plannen nog niet met zekerheid kunt vaststellen dat het daadwerkelijk goed komt met zo’n opleiding, dus keuren we het visitatierapport af', zegt hij desgevraagd. 'Een opleiding niet accrediteren heeft verstrekkende gevolgen. Die mag geen eerstejaars aannemen tot het keurmerk alsnog wordt verleend. In de praktijk kun je de tent dan net zo goed sluiten.'

Hij is het oneens met de Rekenkamer dat de NVAO te weinig gebruik maakt van de mogelijkheid zelf onderzoek te doen naar de kwaliteit van een opleiding. Dittrich: 'We krijgen juist de kritiek van vbi’s en instellingen dat we ze te veel op hun vingers kijken. Bij twintig procent van alle rapporten stellen we aanvullende vragen. Dat is een hoop werk, want alleen al in 2008 hebben we achthonderd rapporten binnengekregen.'

De vbi’s leveren in het algemeen goed werk, vindt hij. 'De commissies weten prima waarop ze moeten letten. En dat bij het ene beoordelingscriterium wat korter wordt stilgestaan dan bij het andere: ik vind het prima. De belangrijkste aandachtspunten zijn de toetsing en het niveau van de scripties. Als een commissie daar geen uitgebreid oordeel over velt, wordt het rapport echt afgekeurd. Dat ging alleen in het begin mis. Tegenwoordig let iedereen daar op.'

 

Dittrich is blij dat de Rekenkamer tevreden is over de ontwikkeling van zelfevaluaties door opleidingen. 'Dat is de grote winst van dit systeem. Opleidingen voeren vaak al verbeteringen door voordat de visitatiecommissie langskomt. Dat men zich af en toe nog van eufemismen bedient, is een gevolg van het machogedrag waarmee de wet is ingevoerd: niet voldoende? Stop dan maar! Zo werkt het niet in de praktijk, daar is het hele hoger onderwijs onderhand wel achter. De wetgeving wordt straks aangepast en dan krijgen opleidingen meer kans op herstel.'

In reactie op het Rekenkamerrapport laat minister Plasterk weten met de kritiekpunten aan het werk te gaan. Verder wijst hij er op dat de behoefte aan een duidelijke hersteltermijn deel uitmaakt van de plannen waarmee hij het stelsel wil aanpassen. [TdO/HOP]

Meer lezen?