Terug naar overzicht

Het Pensioen

Toen ik namelijk alweer een jaar geleden aan hem vroeg hoe het met hem ging, zei hij ‘prima’.

“NEE, pap,” zei ik. “Hoe gáát het met je,” en toen kwam de aap uit de mouw. Hij slikte een paar keer driftig en zei toen: “Nou, echt gelukkig ben ik niet, maar verder gaat het wel hoor.” “Wat dan?,” vroeg ik.
“Nou gewoon,” zei hij.
“NEE, pap, wát dan.”

Hij begreep eindelijk dat ie er niet mee weg kwam en begon over de sleur in het huwelijk van mijn ouders en zijn pensioen. Met name dat laatste leek van belang, omdat zijn stem oversloeg bij het woord ‘pensioen’ en het huwelijk met mijn moeder al zo’n dertig jaar voortduurt, dus aan die sleur is hij wel gewend. Maar Het Pensioen, dat was nieuw.

Ik begon onmiddellijk een betoog over eindeloze zeeën van heerlijke vrije tijd, van mooie reizen en nieuwe hobby’s, maar mijn vader zat blijkbaar niet te wachten op al dat moois.
“Nieuwe hobby’s? Wat moet ik gaan doen dan?” vroeg hij.
“Nou gewoon,” zei ik.
“NEE,” zei pappa toen heel terecht. “Wát moet ik gaan doen dan?”

Dat wist ik eigenlijk ook niet. Mijn vader is niet echt iemand die met aquarelverf in de weer gaat en de tuin stond er eigenlijk al best netjes bij. We praatten nog een tijdje door over hoe zijn vrienden daarmee omgingen (volgens mijn vader zit iedereen ermee, maar durft niemand erover te beginnen) en over hoe bang hij is voor Het Grote En Onvermijdelijke Gat dat zou gaan vallen. Toen moest hij een beetje huilen, wat dan weer nieuw was voor mij.
 
Nu, een jaar later, en nog maar twee dagen voor de officiële afscheidsavond van mijn vader zou je haast denken dat ie inmiddels veranderd is in een hoopje depressieve ellende. Niets is minder waar. Mijn vader heeft namelijk alweer een nieuwe baan en zal vermoedelijk werken tot ie er dood bij neervalt. Minister Donner kan trots zijn.

Meer lezen?