Terug naar overzicht

Begeleiden van zedendader soms zwaar

Al eerder organiseerde het expertisecentrum lunchbijeenkomsten rondom COSA: Cirkels voor Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid. COSA komt oorspronkelijk uit Canada. Het belangrijkste doel van COSA: voorkomen dat veroordeelde zedendaders nieuwe slachtoffers maken. Dit door de zedendaders te helpen reïntegreren in de samenleving. Het Expertisecentrum Veiligheid van Avans zette samen met de Reclassering COSA in Nederland op.

Dit keer stond de COSA-vrijwilliger centraal tijdens de lunchlezing. Wie zijn die vrijwilligers? Hoe kun je COSA-vrijwilliger worden? En waarom zou je? Yvette Snatersen, student Sociaal Pedagogische Hulpverlening en student-onderzoeker bij het expertisecentrum, deed haar afstudeeronderzoek naar COSA-vrijwilligers. Het onderzoek is een opstap naar een dieper, toekomstig onderzoek naar de effecten van COSA op vrijwilligers.

Twee keer zoveel vrouwen

Wie zijn die mensen nu eigenlijk? ‘COSA-vrijwilligers zijn vooral vrouwen’, concludeert Snatersen. ‘In de groep die ik heb bekeken zijn twee keer zoveel vrouwen dan mannen: 45 tegenover 22. Verder is veruit het grootste deel, bijna zestig procent, tussen de 41 en 65 jaar.’ De vrijwilligers hebben vaak al ervaring in vrijwilligerswerk, maar lang niet iedereen komt uit de welzijnshoek.

Snatersen onderzocht ook de motivatie van COSA-vrijwilligers: recidive voorkomen blijkt de meest genoemde. ‘Maar ook het idee dat iedereen een tweede kans verdient, kan een motivatie zijn’ aldus Snatersen. Ze onderzocht ook de mogelijke effecten van COSA-werk op de vrijwilligers. ‘Die kunnen heel positief zijn, zoals: minder vooroordelen, voldoening, een verhoogde eigenwaarde. Maar juist ook negatief: frustratie en teleurstelling, emotionele belasting, zelfs een verminderd veiligheidsgevoel. De vrijwilliger krijgt namelijk te horen wat precies het delict van de zedendader was. Dat valt soms zwaar.’

Niet te close

COSA-cirkelcoördinator Loes Stockmann kwam wat vertellen over de selectie en begeleiding van de vrijwilligers. Want COSA-vrijwilliger wordt iemand niet zomaar: ‘Tijdens intakegesprekken maken we kennis en zien we of er een match is. Het moet klikken. En de potentiële vrijwilliger mag zelf geen strafblad met een zedendelict hebben.’ Een zogenaamde “pedorammer” werd tijdens de selectie snel eruit gepikt en naar huis gestuurd, vertelt Stockmann.

De vrijwilliger blijft daarnaast ook grotendeels anoniem voor de zedendader: geen achternaam, adres of persoonlijke informatie vertellen. Huisbezoeken vinden altijd plaats in duo’s. Stockmann: ‘De vrijwilliger mag nooit te close worden met de zedendader.’ Na een jaar in het COSA-traject is het dan ook de bedoeling dat de zedendader genoeg geresocialiseerd is.

Boodschappen betalen?

De theorie is makkelijker dan de praktijk. Gastspreker Stockmann lokt de discussie uit door de aanwezigen in de collegezaal een kant te laten kiezen bij een dilemma: ‘Stel, je bent COSA-vrijwilliger en je gaat samen met de zedendader boodschappen doen. Hij blijkt niet genoeg geld bij te hebben. Betaal jij?’ De meeste aanwezigen schuifelen vrij snel naar de ‘nee’-kant.

‘Eigen verantwoordelijkheid’, is het eerst genoemde argument voor hun keuze. ‘Of dan legt hij maar wat boodschappen terug’, zegt een vrouw. ‘Maar wat nou als hij nodig medicijnen of pleisters nodig heeft?’, vraagt een man zich af, die in het midden is blijven hangen. ‘En ik ken hem al een jaar en ik vertrouw hem..?’ Tja, dan blijkt de keuze tussen wel of niet betalen toch niet zo makkelijk. [LJ]

Zie ook de eerder verschenen artikelen:

Cirkels kunnen zedendelicten voorkomen 23-02-2011

Lector: Veroordeelde pedofiel is te helpen 04-12-2009

Eerste zedenproject start in december 10-07-2009

Meer lezen?