Terug naar overzicht

‘Mannen in hulpverlening zijn van waarde’

En dus deed de Bredase student voor zijn individuele afstudeeropdracht onderzoek naar mannen en intimiteit in de hulpverlening. Zijn eindartikel, ‘Met man en macht helpen’, gaat over de angst die er soms bij mannelijke hulpverleners heerst over het overschrijden van de grenzen van cliënten, of van derden.

Boris werd hier zelf voor het eerst mee geconfronteerd tijdens zijn derdejaarsstage. ‘Ik werkte bij De Twern, een welzijnsorganisatie in de regio Tilburg. Ik had een buitenspeelproject opgezet voor buurtkinderen, op de woensdagmiddag, heel leuk en laagdrempelig. Tijdens een potje rugby doken die kids op mij, we gingen een beetje vechten en stoeien. Opeens dacht ik bij mezelf: “hé, wat kan eigenlijk wel en wat kan niet?”.’

Gemiste kans

Boris beschrijft in zijn artikel dat hij tijdens een zomerbaan als groepsbegeleider in een logeerhuis voor kinderen met een beperking bewust heel terughoudend was. ‘Ik was regelmatig alleen met cliënten. […] Ik heb geen risico’s genomen: heb geen knuffel gegeven aan de huilende cliënt die tijdens het voetbal zijn knie schaafde, ik heb geen arm om de cliënt geslagen die huilend van liefdesverdriet op de bank aan het wegkwijnen was.’

Eigenlijk vindt de CMV-student dit een gemiste kans, zo concludeert hij in zijn betoog. Want fysieke of emotionele intimiteit kan júist een middel zijn van de hulpverlener om de cliënt verder te helpen: om te genezen of om iets te doorbreken. ‘Helende intimiteit’, noemt Boris dat. ‘Ik ben zelf bijvoorbeeld een heel fysiek mens. Dat is ook een kwaliteit van mij in mijn werk; ik zou nooit achter een balie kunnen werken, té veel afstand, ook emotioneel gezien. Maar ik moet dus wel extra bewust zijn op grenzen van anderen.’

98 procent

De student ontdekte tijdens zijn onderzoek dat bij 98 procent van de incidenten van seksueel grensoverschrijdend gedrag, de dader een man is. ‘Ik heb echter niet kunnen achterhalen hoeveel procent van de mannelijke hulpverleners ook dader is (geweest). Zo’n dader wordt vaak wel uit de beroepsvereniging gezet, maar zelden uit het beroep. Bovendien: zo iemand kan altijd elders in Nederland of in het buitenland weer een nieuwe baan vinden, of voor zichzelf beginnen. Kijk maar naar Robert M.’

Maar waarom dan niet het zekere voor het onzekere nemen en mannen helemaal weren uit de zorgsector?, vraagt Boris zich af in zijn artikel. Maar dat is ook geen optie. 'Omdat mannen en vrouwen elkaar in een team versterken. En bovendien zijn mannelijke hulpverleners vaak rolmodellen voor de mannelijke cliënten.’ De student concludeert dat mannen van toegevoegde waarde zijn in de hulpverlening.

Bewustzijn

Mannelijke hulpverleners zouden echter meer ervaringen moeten uitwisselen en samenkomen in intervisiegroepen, vindt de CMV’er. Zo wordt bewustzijn en kameraadschap gecreëerd. Verder zouden instellingen het onderwerp explicieter moeten benoemen en vastleggen in hun protocollen, maar daarbij wel uitgaande van de professionaliteit en zelfkennis van de hulpverlener.

Boris: ‘Intimiteit moet transparanter besproken en behandeld worden binnen instellingen; de manager voorop. Tot slot geef ik in mijn betoog ook de aanbeveling dat het onderwijs al moet beginnen met bewustzijn creëren bij de toekomstige hulpverleners. In de sociale opleidingen van Avans wordt nu volgens mij nog nauwelijks aandacht hieraan besteed.’

Vakbladen

De vierdejaarsstudent moet het artikel nog verdedigen en een cijfer krijgen, maar een deel van buit is al binnen: ‘Een aantal vakbladen willen mijn artikel plaatsen, al dan niet in verkorte versie. Ja, dat is echt een enorm compliment! Mijn docenten prezen mij ook om de actualiteit van mijn artikel.’

Het is dan ook geen toeval dat meerdere afstudeerders dit onderwerp hebben aangegrepen. Boris: ‘Ik ken sowieso al twee andere vierdejaars die hun eindonderzoek hebben gedaan naar mannen in de hulpverlening en intimiteit en seksualiteit. Het is op dit moment gewoon echt een issue.’ [LJ]

Lees hier het hele artikel van Boris.

Meer lezen?