Terug naar overzicht

Hoogleraar in opspraak door gebedsgenezing

Twee weken geleden publiceerde dagblad Trouw een reportage over het blindeninstituut waar de genezingen zouden hebben plaatsgevonden: de kinderen bleken nog steeds blind.

Artsenorganisatie KNMG laakt de verklaring van de Universiteit Maastricht en het Universitair Medisch Centrum waarin gesteld wordt dat het om een privéreis van de hoogleraar ging, schrijft universiteitskrant Observant.

Evangeliseren

De Maastrichtse hoogleraar ging vorig jaar met een groep zendelingen van de omstreden protestantse organisatie Trin naar Birma om de bevolking te evangeliseren. Met veel tromgeroffel claimde Trin ‘wonderen’ die waren gebeurd tijdens hun reis: zes kinderen en een oude vrouw genazen van hun blindheid. Trin-voorganger Mattheus van der Steen berichtte er nog dezelfde dag over op Facebook: ‘7 people completely healed from blindness (…) In the team was also a dutch doctor who confirmed the miracles.’

De dokter naar wie Van der Steen verwijst is de Maastrichtse hoogleraar en kinderlongarts Edward Dompeling. Hij wilde eerder niet reageren op artikelen over de reis – waarover begin dit jaar al enige ophef ontstond op christelijke sites. Toch stemde hij vorige week in met een interview met Observant. Het college van bestuur van de universiteit stak daar echter een stokje voor.

Wetenschappelijke integriteit

In een verklaring spreken rector magnificus Gerard Mols en voorzitter van het Maastrichtse Universitair Medisch Centrum Guy Peeters hun ‘verbazing’ uit over de reacties die de deelname van de hoogleraar ‘aan een humanitaire reis’ oproept. Ook vinden ze dat de ‘persoonlijke levenssfeer’ van Dompeling wordt geschonden, hij was immers op vakantie in Birma en trad niet als arts op: ‘De heer Dompeling is niet opgetreden als praktiserend arts of onderzoeker en wij nemen met hem afstand van de beschuldiging dat er sprake zou zijn van schending van de wetenschappelijke integriteit.’

Artsenorganisatie KNMG zegt in Observant dat de bestuurders ‘de pointe missen’. ‘Het gaat erom dat je, zodra je als arts herkenbaar bent of herkend wordt, wat hier het geval was, terecht wordt bevraagd over je activiteiten, zeker als die sterk de indruk wekken dat het om gebedsgenezing gaat. Een arts dient zich altijd te houden aan de professionele mores, regels en richtlijnen. En dat dan ongeacht of je feitelijk als arts optreedt of niet.’

De Universiteit Maastricht wil verder niet reageren op de kwestie. [MdV/HOP]

Meer lezen?