Terug naar overzicht

‘Elke hogeschool kan prestatiedoelen halen’

U had eerder grote twijfels over het nut en de meetbaarheid van prestatieafspraken. Zijn de HBO-raad en de staatssecretaris de laatste weken nader tot elkaar gekomen?

‘Voor ons was van groot belang dat het ministerie afspraken maakt met alle hogescholen afzonderlijk en dat ook de meetmethode per instelling kan verschillen. Bijvoorbeeld omdat een hogeschool de studie-uitval al jarenlang op een bepaalde manier registreert. De uitval bij de ene instelling wordt dus op een andere manier vastgesteld dan bij de andere.’

Maar wordt het geld voor de prestatieafspraken dan wel eerlijk verdeeld?

‘In de eerste periode gebeurt het op basis van de huidige systematiek. Als een hogeschool alle prestatieafspraken nakomt, krijgt ze haar geld ook na 2016. Worden bepaalde doelen niet bereikt, dan krijgt een hogeschool daarvoor geen geld meer.

De staatssecretaris wil dit doen door het bedrag dat een instelling krijgt voor de prestatieafspraken – 5 procent van haar totale budget – in drieën te knippen. Een school krijgt ten eerste geld voor het verbeteren van het studierendement en de vermindering van uitval. Verder voor het realiseren van beter onderwijs. En ten slotte voor maatregelen die de onderwijsintensiteit verhogen, het opleidingsniveau van docenten  verbeteren en de overhead verminderen. Per categorie wordt beoordeeld of de doelen zijn gehaald en de financiering wordt voortgezet.

De HBO-raad heeft bedongen dat hierover nog tot half februari kan worden overlegd met de staatssecretaris. We willen bekijken of dit de meest realistische manier is om het geld toe te kennen. Het kan namelijk zijn dat deze verdeling in drieën niet goed past bij het systeem van afzonderlijke afspraken en meetmethoden. En dat we dus nog op een andere verdeling van de prestatiegelden uitkomen.’

Hoe groot is de kans dat hogescholen hun doelen niet halen en in 2016 een deel van de bekostiging verliezen?

‘De hogescholen zijn in feite allemaal in dezelfde positie om die afspraken te kunnen realiseren. Er worden namelijk individuele, reële afspraken gemaakt, vanuit de gedachte dat het niveau van alle scholen stijgt. Het gaat dus om een relatieve verbetering.

De hogescholen zijn ook meer betrokken bij de afspraken dan in het verleden. Ze willen de lat ook echt hoger leggen. Het kan natuurlijk gebeuren dat een hogeschool door zeer onvoorziene omstandigheden de afspraken niet kan realiseren en daar moet dan rekening mee gehouden worden, vandaar dat er een hardheidsclausule is opgenomen.’

Vreest u nog steeds voor perverse prikkels?

‘Ik denk dat we dat aardig hebben weten te redresseren. Met een variabele als studie-uitval moet je natuurlijk uitkijken dat hogescholen niet zodanige maatregelen gaan nemen dat er geen enkele student meer uitvalt. De kwaliteit moet immers op peil blijven. Paul Schnabel heeft dat een “trilemma” genoemd: je wilt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs behouden, een hoge onderwijskwaliteit realiseren en een hoog studierendement. Dat is moeilijk met elkaar te combineren. De hogescholen zullen iets moeten verzinnen om de uitval te verlagen zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit.’ [MdV/HOP]

Meer lezen?