Terug naar overzicht

Urenbesteding AB&I-studenten veel te laag

AB&I-docenten Tom Wolters en Anouk Welters zetten in een grafiek op een rijtje hoeveel uren studenten aan een bepaald onderdeel behoren de besteden en hoeveel uren zij er werkelijk aan besteden. Voor alle 23 studieonderdelen die AB&I heeft in blok 2 van de propedeuse, brachten zij in beeld wat het verschil in uren is tussen de vereiste en de werkelijke urenbesteding. Deze gegevens haalden zij uit de blokevaluaties van studenten.

Iedere propedeusestudent van AB&I werkt in periode 2 van het studiejaar aan één project, volgt vier of vijf cursussen en doet twee of drie trainingen (bijvoorbeeld ‘presenteren’ of ‘onderzoeksmethoden’). Daarbij komt nog een halve punt voor studieloopbaanbegeleiding en een halve vrije studiepunt. Totaal vormt dat 15 ects en 1 ects staat voor 28 uur, dus dit komt op 420 uur per blok.

Uitschieters

In de praktijk maken de AB&I-studenten die 420 uren echter helemaal niet. Alleen voor het project ‘stedelijk water’ blijkt een propedeusestudent evenveel uren te besteden als er voor staan. Voor de overige 22 studieonderdelen is de werkelijke urenbesteding lager dan de vereiste (zie grafiek). Uitschieters zijn vakken als ‘constructieve beginselen’ en ‘bouwkundig tekenen’. Voor beide staat 56 uur in blok 2, maar er wordt door studenten slechts de helft aan besteed: respectievelijk 28 en 30 uur.

Volgens docent Wolters, tevens afstudeercoördinator van Bouwkunde, roept deze grafiek de nodige zorgen en vragen op: ‘Dienen wij als docenten ons achter de oren te krabben over het niveau en de inhoud van de curriculumonderdelen? Kunnen studenten meer aan dan wij denken? Gaat het ze te traag? Of dienen de studenten deze urenbesteding naast hun resultaten te leggen om conclusies te trekken? Levert een lagere urenbesteding inderdaad een lager resultaat op?’

Verontwaardiging

Een breder onderzoek van de onderwijscommissie van AB&I heeft Wolters inmiddels opgevraagd. Tijdens een werkoverleg met collega’s werd zijn verontwaardiging wel gedeeld. ‘De volgende stap is misschien naar de directie. Ik ben nu eerst nog meer gegevens aan het verzamelen. Belangrijk is dat wij een signaal willen afgeven dat er iets niet klopt. We móeten hier toch iets mee?’

Wat willen de docenten bereiken? Wolters: ‘Dat de verschillen tussen de werkelijke en vereiste urenbesteding kleiner worden, op welke manier dan ook. Moeten de studenten meer vakken krijgen? Moet het niveau omhoog? Ik hoor de antwoorden op al mijn vragen graag terug, ook van studenten.’ [LJ]

Meer lezen?