Terug naar overzicht

Prestatieafspraken: hogescholen durven weinig te beloven

Het liefst zou de liberale staatssecretaris Zijlstra de beste onderwijsinstellingen belonen met extra geld en zwakke korten op hun budget. Daar pleitte hij al voor toen hij nog Tweede Kamerlid was. Eerdere bewindslieden speelden ook met het idee, maar zij kwamen er niet uit. Want de ene student is de andere niet, technische opleidingen zijn zwaarder dan andere, de provincie en de Randstad laten zich moeilijk vergelijken…

Studie-uitval terugdringen

Daarom pakt Zijlstra het anders aan: hogescholen en universiteiten die zich verbeteren kunnen op zijn steun rekenen. Zo moeten ze de studie-uitval terugdringen en studenten sneller door hun opleiding loodsen. Tegelijkertijd moet het niveau van het onderwijs omhoog en mag er niet te veel geld weglekken naar de overhead. Ook dienen alle instellingen beter na te denken over hun eigen ‘profiel’ en niet langer klakkeloos elkaars opleidingen kopiëren.

7 procent van het basisbudget van de instellingen wordt afhankelijk van prestaties. Alle hogescholen hebben intussen een voorstel bij het ministerie ingediend, veelal een document van een pagina of veertig in mooie kleuren en gelardeerd met foto’s van vrolijke studenten. Een ‘reviewcommissie’, onder leiding van onderwijsbestuurder Frans van Vught, zal zich erover buigen en de staatssecretaris van advies dienen. Dan pas worden de afspraken definitief.

Sommige hogescholen wachten af wat de reviewcommissie over hun voorstel te zeggen heeft voordat ze ermee naar buiten treden, maar andere maakten hun plannen al openbaar.

Opleidingsniveau docenten

Over het opleidingsniveau van docenten doen de hogescholen de stevigste uitspraken. De instellingen gaan ervoor zorgen dat een groter deel een master- of doctorstitel op zak heeft. Windesheim voorziet bijvoorbeeld een groei van 67 procent nu naar 80 procent in 2015 en de Hogeschool Rotterdam gaat van 50 naar 70 procent. De meeste hogescholen willen hun docenten didactische training geven, zeker als ze nieuw in dienst komen.

Werkgroepen, colleges… Voor eerstejaars hbo-studenten zal het aantal ‘contacturen’ stijgen tot minstens twaalf per week. Hoeveel lessen ze momenteel bieden, vertellen de meeste hogescholen niet, laat staan dat ze een overzicht per opleiding maken. Ze beloven alleen dat ze aan de norm zullen voldoen. De Hogeschool Utrecht  moet de grootste slag maken: naar eigen zeggen zit zestig procent van de opleidingen nu nog onder het vereiste aantal lesuren.

Uitval niet groter

Eén van de lastigste kwesties is de uitval in het eerste studiejaar. Die is onrustbarend hoog, blijkt uit een recent overzicht van de HBO-raad. Geen wonder dat hogescholen laag inzetten. Ze proberen hun uitval in elk geval niet groter te laten worden.

Bij de Hogeschool Utrecht is de uitval door de jaren heen gestegen naar één op de drie eerstejaars. De instelling wil die stijging bestrijden en in 2015 zeker niet veel hoger uitkomen. Ongeveer hetzelfde beloven Windesheim en Inholland.

De Hogeschool Zuyd doet het beter: daar haakt slechts 22 procent van de eerstejaars af. Toch moet dat aandeel omlaag, al houdt de hogeschool in het midden met hoeveel. De Hogeschool Rotterdam ziet nu een kwart van de eerstejaars stoppen en wil dat zo houden of verminderen.

Afhaken

Voor de duidelijkheid: uitval in het eerste studiejaar is niet altijd verkeerd. Als beginnende studenten niet geschikt zijn of nauwelijks voldoendes halen, kunnen ze maar beter afhaken dan nog een paar jaar doormodderen. Daarom voerde het hbo in de jaren negentig het ‘bindend studieadvies’ in.

Steeds minder hbo-studenten halen binnen vijf jaar hun diploma. Jaar na jaar brokkelt het studiesucces af, terwijl het hbo-niveau de komende jaren juist omhoog moet. En zeker nu er zoveel paniek is over diplomafraude denken docenten wel twee keer na voordat ze iemand een genade-zesje geven.

Vandaar dat de hogescholen geen overspannen verwachtingen willen wekken. De Hogeschool Utrecht bijvoorbeeld wil het huidige rendement van 64,3 procent niet onder de 63 procent laten zakken. Dit percentage geslaagden-na-vijf-jaar gaat over studenten die het eerste studiejaar al hebben overleefd, anders zou het flink lager uitkomen. Inholland zoekt wel de weg omhoog en belooft van 60,6 naar 61,6 procent op te krabbelen.

Moeilijk vergelijken

Soms is vergelijken moeilijk. Na vijf jaar studeren – dus met één jaar uitloop – heeft slechts 61 procent van de Windesheimstudenten het bachelordiploma op zak. Dat moet 77 procent worden, aldus de Zwolse hogeschool, maar dit streefcijfer geldt voor studiejaar 2016/2017. Dat is nog ver weg en alle andere hogescholen mikken steeds op verbeteringen in 2015. In dat jaar zal de ‘reviewcommissie’ namelijk evalueren hoe het met de prestaties staat.

De Haagse Hogeschool kiest zijn eigen definitie en begint pas te tellen als studenten hun propedeuse op zak hebben, ongeacht hoe lang ze daarover hebben gedaan. Vanaf dat moment moeten ze binnen vier jaar hun einddiploma kunnen halen. De Haagse Hogeschool wil geen grote beloften doen: dit ‘Haagse rendement’ van 60,8 procent moet eerst maar eens behouden blijven.

Economische crisis

De hogescholen willen dus hoger opgeleide docenten aantrekken en dat zou best kunnen lukken, gezien de economische crisis. Als veel mensen op zoek zijn naar werk, wordt een baan als hbo-docent aantrekkelijker. Daarnaast gaan eerstejaars meer les krijgen: al gaat dat misschien ten koste van lessen in latere jaren, het geeft hun een betere start.

De hogescholen hopen ook de tevredenheid van studenten te vergroten; ze willen bijvoorbeeld beter scoren in de Nationale Studenten Enquête, de eigen onderwijsevaluaties of de zesjaarlijkse kwaliteitskeuring van accreditatieorganisatie NVAO.

Verbetering onderwijs is enige oplossing

De verbetering van het onderwijs is dan ook de enige oplossing voor de hogescholen om te voldoen aan de – misschien wel tegenstrijdige – eis van de politiek dat een groter aantal hbo’ers op tijd moet afstuderen en tegelijkertijd het eindniveau omhoog moet.

Sommige hogescholen zoeken hun heil in selectie aan de poort  en willen zwakke studenten afwijzen nog vóór ze aan hun opleiding zijn begonnen. Maar een wezenlijk kenmerk van het hbo is juist zijn emanciperende werking: hoger onderwijs voor velen is een ideaal waar de hogescholen hard aan gewerkt hebben en dat ze niet zomaar willen opgeven, ook al is de massaliteit een toenemend probleem.

Aanloop naar hbo

Ze hebben bovendien niet alles in de hand: scholieren leren soms te weinig op de havo of in het mbo. Niet voor niets komt er in de aanloop naar het hoger onderwijs meer aandacht voor rekenen en schrijven. Maar die maatregelen hebben niet meteen effect.

Het is niet zo vreemd dat hogescholen geen grote beloftes doen. Ze kunnen de trend niet zomaar keren. De hogescholen temperen het enthousiasme van de politiek, die om tastbare verbeteringen roept. Een pas op de plaats is al een hele prestatie, stellen ze.

Zal de reviewcommissie daarmee akkoord gaan? Voorzitter Van Vught prees de onderwijsinstellingen in algemene zin, maar in het najaar zal pas blijken welk advies zijn commissie aan de staatssecretaris geeft. [BB/HOP]

Meer lezen?