Terug naar overzicht

Het einde van de man als man

Joke Kool-Smit publiceerde in 1967 een artikel genaamd Het onbehagen bij de vrouw en luidde zo de tweede feministische golf in. De man, wellicht in slaap gesust doordat het sinds het begin van de twintigste eeuw, na de eerste feministische golf betrekkelijk rustig was gebleven, keek er even van op. Een weinig verontrust wellicht. Toen deed hij zichzelf de das om: hij toonde begrip voor de veeleisende vrouw.

Met een zeker genoegen liet hij zich ontmannen. Het borsthaar werd afgeschoren, de Old Spice (oh, die merkwaardig scherpe en viriele geur!) ingeruild voor Dolce & Gabbana. ‘Dit houdt me tegen’, zei ze en wees omhoog. Glazig blikte hij naar het plafond en keek daarna deemoedig naar de vloer. Haar film was zijn rol. Dat hij langzaam maar zeker ongelukkig werd, ontging haar volkomen. Net als de mistroostigheid die in een concept als metroseksueel schuilt. ‘Vrouwonvriendelijk’ noemde hij het verlangen dat werd opgewekt door de bitches en ho’s in de videoclips van de rappers terwijl hij diep van binnen wist hij dat zijn zachte kant niet te harden was. Toen kwam de halsband.

Deze zomer verscheen Femme de la Rue, een film van de Vlaamse Sofie Peeters, vijfentwintig jaar oud en studente aan de RITS-filmschool. Ze laat zien hoe ze in Brussel op het traject van het Zuidstation naar Anneessens door menig man met een nauwelijks verholen seksuele interesse wordt aangesproken. In het kleine schokgolfje dat door de lage landen ging, zong ook ’s mans stem in het koor van verontwaardiging. Iedereen knikte toen Peeters vervolgens in het Belgische weekblad Humo zelf het antwoord gaf op de door haar gestelde vraag welke rolmodellen allochtone jongeren in Brussel tegenwoordig hebben. ‘Rappers’, zei ze, ‘blingbling-gasten die dollarbriefjes uitdelen aan schaarsgeklede vrouwen.’ Om eerlijk te zijn, het klonk de man als muziek in de oren.

En toen Peeters vervolgens wees op de Spice Girls als hét voorbeeld van girl power, dacht de man aan de tijd dat zij zijn favoriete bitches en ho’s waren. Wijselijk hield hij zijn mond.

De man wordt tegenwoordig uitgelaten zonder dat hij uitgelaten is. Zijn kracht, zijn woestheid, het vermijden van het woord ‘communiceren’, zijn drieste doortastendheid die, het kan niet anders, brokken maakt, waar zijn ze gebleven? Bijna is het zover: de vrouw kan naar de man fluiten.

Wim Boluijt is docent aan de Academie voor Sociale Studies Breda

Meer lezen?