Terug naar overzicht

De gekke le-raar

Als kind kreeg ik te horen dat het elke dag kinderdag was, terwijl vader en moeder maar één keer per jaar in het zonnetje werden gezet. Op mijn vraag waar de dagelijkse cadeautjes en ontbijtjes op bed dan bleven, kreeg ik geen reactie. Het was voor mij wel reden om vader of moeder te worden. Ze zeiden slechts dat ik gek was. Nadat mijn hormoonhuishouding en de alcohol (van de Breezers) mijn hersenen begonnen aan te tasten, heb ik nog geprobeerd mijn ouders te overtuigen van het feit dat het elke dag ouderdag is met zo’n leuke zoon. Zonder resultaat.

In mijn studententijd had ik een vergelijkbare ervaring: de dag van de leraar. Mijn klacht dat er geen dag van de student werd gevierd, leverde weinig op. De opmerking dat ik naast dubbelgeslachtelijk ouder dan ook maar docent ging worden (3 feestdagen!), leidde slechts tot de opmerking dat ik raar was. Ik heb inmiddels anderhalf jaar de eer om aan de grote tafel in het lokaal te zitten, na jarenlang kramp kweken op een plastic stoel achter een te laag tafeltje. Dat genoegen om van beide walletjes te eten heeft ertoe geleid dat ik nu anders kijk naar het docent-zijn.

‘Als docent voel ik me soms net een vader met 180 kinderen per week’

Ouder ben ik overigens nog niet, maar als docent voel ik me soms net een vader met 180 kinderen per week. Dagelijks zware bevallingen, ook ’s avonds en in het weekend. Praten tegen een muur dan wel smartphone, dweilen met de kraan open en motiveren tegen beter weten in. Maar geen ontbijtjes op bed of mooie tekeningen.

Je moet wel gek zijn om le-raar te worden. En toch: eeuwig jong met jeugd om je heen, de noodzaak van humor tijdens je werk, de dankbaarheid als iets is gelukt. En 6 weken zomervakantie. Dan kook ik mijn eitje graag zelf.

Le-raar zijn, helemaal zo gek dus nog niet. Tot na de zomer!

Michael Doove is docent taal en communicatie aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys.

Meer lezen?