Terug naar overzicht

Niet iedereen met een bachelordiploma zomaar voor de klas

Minister Bussemaker van Onderwijs is niet van plan om iedereen met een bachelordiploma zomaar voor de klas te zetten. Ze vindt leraren opleiden in de school belangrijk, maar er zijn wel grenzen, zei ze zojuist in de Tweede Kamer.

De opleidingen tot leraar moeten aantrekkelijker worden. Dat is minister Bussemaker helemaal eens met de VVD en de PvdA. De twee coalitiepartijen stelden gisteren voor om studenten met een bachelordiploma die leraar willen worden, volledig in de praktijk op te leiden. Ze zouden dan meteen na hun bachelor al voor de klas komen.

Samenwerking cruciaal
Dat gaat de minister iets te ver, al vindt ook zij het erg belangrijk dat aankomende leraren snel de praktijk in gaan. ‘De samenwerking tussen scholen en lerarenopleidingen is cruciaal en volgens mij wordt de heer Duisenberg wat dat betreft op zijn wenken bediend.’ Het aantal erkende opleidingsscholen, intensieve samenwerkingsverbanden tussen opleidingen en scholen, wordt de komende tijd bijvoorbeeld uitgebreid van 55 naar 85. ‘Ik wil opleiden in de school graag stimuleren.’

Verder refereerde de minister aan een werkbezoek in New York. ‘Daar werd de gehele lerarenopleiding op school verzorgd. Dat gaat veel verder dan alleen een stage lopen. Dat is iets waar ik over wil praten, maar het is niet van de ene op de andere dag geregeld.’

VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg leek tevreden met het antwoord van Bussemaker. ‘Als ik het goed hoor staat de minister open voor deze discussie. Waar het mij om gaat is dat we meer vanuit de praktijk gaan opleiden.’

Lerarenagenda
Halverwege november praat de Tweede Kamer met de minister over de Lerarenagenda van het kabinet en daar wordt de discussie voortgezet. ‘Maar ik zeg er wel bij dat er grenzen zitten aan flexibiliteit’, aldus Bussemaker. ‘Want we willen ook dat docenten bevoegd zijn en we stellen scherpe eisen aan hen.’

Bussemaker probeert al langer meer mensen te enthousiasmeren voor een lerarenopleiding. Begin deze maand besloot ze daarom dat universitair afgestudeerden voortaan ook de ‘educatieve minor’ mogen volgen, een vakkenpakket van een half jaar. Wie die minor met goed succes heeft afgerond mag lesgeven in het vmbo en in de onderbouw van havo en vwo.

Meer lezen?