Column: de sleur van een kantoorbaan

    bramvanderheijde-max
    De middagzon staat al hoog wanneer ik wakker word, door een gleuf tussen de gordijnen zo brandend dat je ineens merkt dat je al de hele ochtend in je eigen zweet ligt te zwemmen. Na een kleine schoolslag naar de andere kant van het bed vraag ik wat er vandaag op de agenda staat. ‘Steen-papier-schaar wie ontbijt haalt? Uhm, vanmiddag hebben we een meeting staan met de TV en vanavond kunnen we wel weer even de stad in ofzo’ antwoordt mijn toenmalige wederhelft. Hieruit maak ik op dat het alweer woensdag is. Ik offer me op voor ontbijtdienst maar ik sluit eerst nog even een uurtje m’n ogen.

    ‘Samen met de rest van werkend Nederland besluit ik dat tussen acht en negen wel een fijne tijd is om de trein te pakken’

    Een heleboel woensdagen later gaat de wekker al voordat de zon überhaupt zijn gezicht heeft laten zien. Samen met de rest van werkend Nederland besluit ik dat tussen acht en negen wel een fijne tijd is om de trein te pakken. In de lift doet zich hetzelfde probleem voor en probeer ik soepel tussen de blauwe overhemden door te manoeuvreren. Pak ‘m beet honderd koppen koffie, twee meetings, vijftig pagina’s internetvoer en zes excelsheets later is het alweer vijf uur. Als HBO’er ben je in je derde jaar verplicht om stage te lopen, lang voordat de dubbele windsor je levenslang vastknoopt aan de sleur van een kantoorbaan. Een groter contrast met mijn gebruikelijke studieritme kon ik me niet voorstellen.

    ‘Ik lijk wel iemands vader’

    Vanochtend ging mijn wekker weer om zeven uur. Terwijl ik mijn boterhammetjes smeer komt er een meisje de trap af. Ze vraagt waarom ik in godsnaam zo vroeg op ben, en ik leg haar de stage-situatie uit. ‘Wat doe jij dan?’ vraag ik uit beleefdheid. Ze vertelt me dat ze op de kunstacademie zit, ze schildert en droomt van haar eigen atelier. ‘Is daar wel een boterham mee te verdienen?’ vraag ik haar, en ik schrik van mezelf. Ik lijk wel iemands vader. Mijn eigen vader op z’n minst. In de trein beloof ik mezelf om deze vraag nooit meer te stellen. Misschien staat een atelier mij ook wel beter dan een kantoor, een blauw overhemd en een flink maandsalaris.

    Bram van der Heijde is derdejaarsstudent Technische Bedrijfskunde in Tilburg.

    Meer artikelen over

          

    Deel dit artikel

    Reageer op dit artikel

    * Verplicht veld

    Reacties

    Er zijn nog geen reacties.