‘Vreemde ogen moeten blijven dwingen in hbo’

    Hogescholen hebben hun toetsen en examens steeds beter op orde en ze leren van elkaar, zegt voorzitter Paul Rullmann van de commissie die er onderzoek naar deed. “Maar we moeten niet zelfgenoegzaam worden.”

    Zo groot waren de zorgen over het hbo-niveau vijf jaar geleden, dat de Tweede Kamer centrale examens van hbo-kernvakken wilde afdwingen. Een meerderheid steunde een motie van de PVV die daartoe opriep.

    Het was nog maar kort nadat grote problemen bij onder meer twee opleidingen van de Hogeschool Inholland aan het licht waren gekomen. Het hele hbo lag onder een vergrootglas. De hogescholen moesten zo snel mogelijk de zorgen wegnemen.

    Dat deden ze met het rapport Vreemde ogen dwingen. Hbo-opleidingen moesten meer gaan samenwerken op het gebied van examinering. Ook moesten docenten beter getraind worden in het ontwerpen van toetsen. Dan zouden centrale examens niet nodig zijn.

    Vrijwel iedereen vond het een goed idee, ook de PVV. En het gaat inderdaad de goede kant op, zegt Paul Rullmann nu tevreden. De voormalige bestuurder van de TU Delft is voorzitter van een commissie die de verbeteringen in opdracht van de Vereniging Hogescholen heeft geëvalueerd.

    Wat is volgens u het best gelukt?
    “Veel hbo-docenten hebben zich geschoold in de fijne kneepjes van toetsing en examinering. Er is een platform ontstaan van mensen die de ‘basiskwalificatie examinering’ hebben behaald en die met elkaar van gedachten wisselen. Dat werkt goed. Er zijn ook meer externe beoordelaars gekomen.”

    En waar is weinig van terechtgekomen?
    “Aanvankelijk was het idee dat er één protocol moest komen voor het afstuderen binnen het hbo. Maar het onderwijs is te veelvorming om het in één sjabloon te gieten. Dat is overigens ook de reden dat centrale examinering geen goed idee is.”

    Kun je dan wel gezamenlijke toetsen maken?
    “Zelfs dat is lastig. Er is wel hard aan gewerkt. Het lukt bij opleidingen als fysiotherapie en verpleegkunde, waar de eisen heel duidelijk zijn, maar bij een opleiding als economie wordt het al ingewikkeld. En dan is het ook verspilde moeite om je ermee bezig te houden. Je kunt beter kijken waar je nog winst kunt behalen.”

    Volgens u kan onder meer de ‘kennisdeling’ tussen opleidingen beter. Waarom is daar weinig van terechtgekomen?

    “Docenten die ermee aan de slag zijn gegaan, delen hun kennis wel. Maar het lukt niet echt om andere onderwijsinstellingen of collega’s erover te informeren. Het is gewoon hartstikke moeilijk en vereist heel veel aandacht. Docenten moeten van hun managers middelen en tijd krijgen om bijvoorbeeld samen met hun collega’s van andere opleidingen digitale toetsen te ontwikkelen. Bestuurders moeten er alert op blijven en de docent rugdekking geven als die ermee aan de slag gaat.”

    En toch gaat het de goede kant op.

    “Dat vinden wij niet alleen. Ook de Onderwijsinspectie en accreditatieorganisatie NVAO uiten zich tevreden over het hogere hbo-niveau. Daar was het allemaal om te doen. Je merkt dat er in het algemeen tussen opleidingen en hogescholen meer samengewerkt wordt. En vreemde ogen leiden ertoe dat je kritischer bent op jezelf, zodat er een kwaliteitscultuur ontstaat.”

    De hogescholen willen de samenwerking ‘van onderop’ laten komen: docenten en opleidingen moeten het doen. Maar de keerzijde is volgens u dat het vrijblijvend dreigt te worden. Wat is daar het gevaar van?
    “Kijk, er is nu eenmaal een motie aangenomen waarin staat dat het hbo tot centrale examens moet komen voor de kernvakken. Dat is geen goed idee, maar die motie is niet weg. In plaats daarvan wilde men kijken of het wat werd met Vreemde ogen dwingen. Het gaat de goede kant op, mogen wij nu vaststellen, maar we moeten niet zelfgenoegzaam worden: het is een tussenevaluatie.”

    Wat zou er snel moeten gebeuren?

    “Eén van de aanbevelingen in 2012 was dat hogescholen hierover moesten rapporteren in hun jaarverslag. Daar moest een richtlijn voor komen, maar dat is niet gebeurd. Dus wordt er heel wisselend over gerapporteerd en dat is niet goed: je moet verantwoording afleggen en je moet met elkaar in debat kunnen gaan over wat er wordt bereikt.”

    Je hoort wel eens dat het hbo zijn toetsing beter voor elkaar heeft dan het wetenschappelijk onderwijs. Is dat zo?
    “In het hbo is het afstuderen intussen goed gestructureerd. Docenten begeleiden studenten inhoudelijk, maar leren hun ook hoe je stellingen poneert en hoe je samenwerkt met anderen. Dat zit allemaal behoorlijk goed in elkaar. Er zijn inderdaad onderdelen van universiteiten waar het minder gestructureerd gebeurt. Maar ik zou niet willen zeggen dat de kwaliteit daar minder is, want dat is een ander soort afweging.”

    Hoe bedoelt u dat?
    “Je hoeft niet alles te structureren om te zorgen dat het kwaliteit heeft. Het is hartstikke goed wat er in hogescholen gebeurt, maar ze hadden misschien ook meer te bewijzen. Moet je alles structureren om te zorgen dat het goed is? Daar ben ik niet voor. Dat leidt tot een vinkjesaanpak. Dat geldt ook voor het hbo. Als je eenmaal in zulke zaken getraind bent en je doet het een paar jaar, dan groeit het zelfvertrouwen en kun je er ook weer een beetje losser in worden.”

    Meer artikelen over

          

    Deel dit artikel

    Reageer op dit artikel

    * Verplicht veld

    Reacties

    Er zijn nog geen reacties.