Terug naar overzicht

Hoe maak je van een studentcompany een echte onderneming?

Elk jaar steken studenten elkaar de loef af met hun studentcompany’s. De meest innovatieve producten worden bedacht of vanuit China ingevlogen. Sommige studenten zijn zo serieus dat ze door willen groeien tot echte ondernemers. Welke valkuilen komen ze tegen?

“Ik kwam vorig jaar voor onze studentcompany met het idee van de Simple Tap. Een tapinstallatie die het mogelijk maakt dat mensen zelf hun biertje tappen en contactloos betalen”, vertelt Remco Snoeren, derdejaarsstudent Small Business en Retail Management (SBRM) in Breda. “De andere studenten zagen daar eigenlijk niet zoveel in, maar een beter alternatief was er ook niet.”

‘Studenten zien uren vrijgeroosterd staan en vullen die met een bijbaan. Maar die tijd moet je investeren in je onderneming’

Gaandeweg het proces beginnen Remco en medestudent Ivy Kithom steeds meer in het product te geloven. “Vanuit de horeca kwamen er geluiden dat het concept toekomst had”, zegt Remco. Ivy: “Wij deden op dat moment al meer dan de andere groepsleden, maar wilden ze niet laten meeliften op onze inzet.”
“De grootste valkuil voor studentcompany’s is gemakzucht”, zegt Rolf Ouwerkerk, docent bij de Academie voor Marketing en Business Management in Breda. “Studenten zien uren vrijgeroosterd staan en vullen die met een bijbaan. Maar die tijd moet je investeren in je onderneming.”

Het is nu nog te gemakkelijk voor studenten om mee te liften op de inzet van groepsleden, beseft Ouwerkerk. “Dat gaat uiteindelijk ook ten koste van de studentcompany zelf. Daarom werken we sinds dit jaar met groepjes van drie studenten. Dan kan niemand zich meer verschuilen.” Remco en Ivy zijn naar aanleiding van hun probleem in gesprek gegaan met hun begeleidend docent. De projectgroep werd opgesplitst. Remco: “Voor ons de beste situatie.”

Serieus idee
Ook Laura van Otterloo, afgestudeerd bij SBRM in Breda, merkte een scheiding in de projectgroep op het moment dat hun idee, een maatbeker voor rijst, serieus werd. “Het eerste idee voor een maatbeker kwam niet van mij. Maar nadat we hadden gepraat over rijstverspilling ben ik me meer gaan verdiepen in duurzaamheid en duurzame materialen. Zo is het concept van de duurzame rijstbeker ontstaan.”

Laura en twee andere studenten zijn enthousiaster dan andere groepsleden. “Daar hebben we over gesproken en uiteindelijk zijn we met zijn drieën naar de Kamer van Koophandel gegaan om ons in te schrijven.”

‘Een maatbeker is eigenlijk een onbenullig voorwerp maar wij wisten het wel te verkopen’

“Een maatbeker is eigenlijk een onbenullig voorwerp maar wij wisten het wel te verkopen”, zegt Laura. Elke onderneming staat of valt met het bereiken van een afzetmarkt. Aan belangstelling voor de maatbeker was geen gebrek. De studenten investeren een flink bedrag en de bekers worden in productie genomen nadat rijstfabrikant Lassie er 3.000 afneemt en ook Fairtrade Nederland 10.000 bekers bestelt.

Te vroeg
Bij Simple Tap komt de eerste bestelling eerder dan verwacht. Nog in de conceptfase neemt een kroegbaas contact op met Remco en Ivy. “Hij wilde de tap huren voor carnaval. Maar wij hadden nog helemaal niks. Het was echt te vroeg voor ons.”

De studenten willen eerst meer marktonderzoek doen. “We zijn onze ideeën gaan toetsen in de praktijk. Zo heeft Ivy met een thuistap bij een kerstborrel gestaan om te meten of mensen het leuk vinden zelf te tappen. Ik heb op mijn voormalige werkplek getoetst hoeveel mensen al contactloos betalen”, vertelt Remco.

Een groot struikelblok voor Simple Tap is de financiering. Het laten ontwikkelen van een tapinstallatie kost veel geld. Uiteindelijk bellen de studenten met de lokale Rabobank en mogen ze op gesprek komen. “Ze geloofden in ons product en we kregen de financiering rond om een eerste tap te laten maken”, zegt Remco. Inmiddels is er nog een investeerder gevonden waardoor ze het aantal tapinstallaties kunnen uitbreiden.

Ondernemerslab
Hun opleiding biedt Remco en Ivy van Simple Tap de mogelijkheid stage te lopen binnen hun eigen bedrijf. Laura en haar twee medestudenten moesten van Avans een andere keuze maken. “Destijds was de opleiding net begonnen met Ondernemerslab, een nieuwe opleidingsvorm waarbinnen je als studentondernemer veel met je eigen bedrijf bezig kan zijn. Dat wilde ik heel graag, maar de opleiding vond een onderneming met maar één product te klein om drie studenten toe te laten tot Ondernemerslab.”

‘Als ik alles alleen moet doen, blijft het liggen’

De winst die de studenten tot dan hebben gemaakt met de maatbeker wordt gedeeld en Laura koopt de andere twee studenten uit. Alleen zij gaat deelnemen aan Ondernemerslab. “Achteraf gezien is het daar fout gegaan. Ik vind het geweldig om kartrekker te zijn en anderen te inspireren. Als ik alles alleen moet doen, blijft het liggen.”

Hoewel Laura veel leert bij Ondernemerslab, biedt het niet de inhoudelijke verdieping waar ze op hoopt. De onderneming valt stil omdat ze het contact met haar medestudenten mist. “Ik heb toen besloten weer deel te nemen aan het reguliere onderwijs en af te studeren”, zegt ze. Jammer, want in haar schuur staan nog dozen vol maatbekers. “Ik werk nu bij het Centre of Expertise Biobased Economy van Avans en toevallig wil onze directeur wat bekers kopen als geschenk. Maar verder gebeurt er niets met het product.”

Leerproces staat voorop
“We willen het mogelijk maken dat studenten langer met hun onderneming bezig zijn. Idealiter van het tweede jaar tot ze afstuderen”, zegt Ouwerkerk. In het aangepaste curriculum van SBRM is meer aandacht voor de studentcompany. De docent benadrukt dat het leerproces voorop blijft staan en dat de winst van een onderneming nooit leidend mag zijn. “Uiteindelijk zijn we een hbo-opleiding, bepaalde lesstof moet aan bod komen. Het is niet zo dat je zonder inschrijving bij de Kamer van Koophandel geen diploma kan halen.”

De studenten achter Simple Tap hebben hun studie op een laag pitje gezet. “Ik probeer dit jaar wel mijn tentamens te halen, maar projectwerk doe ik even niet”, legt Ivy uit. Remco: “Alles in goed overleg met de opleiding. Die zien ook in dat wij nu enorm veel kennis opdoen in de praktijk.”
“Als school bieden we die ruimte, maar studenten moeten ook bij andere bedrijven kijken”, zegt Ouwerkerk. “Het zal nooit zo worden dat studenten vier jaar lang alleen opdrachten binnen hun eigen bedrijf uitvoeren.”

Gunfactor
De komende maanden pakken Remco en Ivy door met een tweede tap en staan ze op zoveel mogelijk festivals. De horeca- en festivalwereld is niet de makkelijkste sector om met iets nieuws te komen. “Maar we hebben een gunfactor denk ik”, zegt Remco. “Omdat we zo bevlogen zijn.” Daarnaast zijn de studenten flink aan het netwerken. “Ik ken mensen bij Dancetour Breda en Breda Live, onze bierleverancier heeft ook weer contacten bij festivals.”

De kracht van Ivy en Remco? “We zitten in dezelfde situatie omdat we allebei nog studenten zijn en veel opgegeven hebben voor deze onderneming. Je kunt elkaar daardoor goed steunen.” Scheve gezichten van de voormalige groepsleden heeft Ivy nog niet gezien. “Ze zijn geïnteresseerd en vragen hoe het nu gaat.”

‘Mensen onthouden dat jij dit avontuur bent aangegaan’

Laura raadt iedere student aan om serieus werk te maken van zijn studentcompany. “Waarom zou je het niet doen? Je hebt docenten waar je op terug kunt vallen en nog geen gezin of hypotheek. Je leert er zoveel van. Inschrijven bij de Kamer van Koophandel, belastingaangiftes, contact met leveranciers. Je bouwt een netwerk op en je onderscheidt je van anderen. Mensen onthouden dat jij dit avontuur bent aangegaan.”

Meer lezen?