De meerkeuzetoets, goed of slecht?

    illustratie: Julika Runow

    De meerkeuzetoets: een geliefde toetsvorm onder menig student. Als je het antwoord niet weet, gok je gewoon. Maar leer je nou eigenlijk veel van deze toetsvorm? Hoe kijken studenten hier tegenaan?

    ‘Ik vind meerkeuzetoetsen chill’

    Jelle, tweedejaarsstudent Bedrijfskunde in Breda, vindt toetsen met meerkeuzevragen de beste vorm van schrijftelijke toetsing. “Ik vind meerkeuzetoetsen chill. Je hoeft de stof alleen maar te herkennen, in plaats van te kennen. Hierdoor duurt het leren veel minder lang. Mensen zeggen wel eens dat je door meerkeuzetoetsen niet genoeg leert, ik vind van wel”, vertelt hij. Jelle is er wel van overtuigd dat je veel meer leert van projecten dan van de theorietoetsen.

    ‘Het enige wat je moet doen is het goede antwoord herkennen’

    Leer je wel genoeg?
    De Bredase student Fysiotherapie Yannick is het hier niet mee eens. “Voor meerkeuzetoetsen leer je natuurlijk veel makkelijker dan voor toetsen met open vragen. Ik ben er echter van overtuigd dat je niet genoeg leert van meerkeuzetoetsen. Je hoeft bijna niet te leren. Het enige wat je moet doen is het goede antwoord herkennen, daar leer je toch niks van?”

    Iets wat Yannick ook vervelend vindt aan meerkeuzetoetsen is dat er vaak meerdere antwoorden deels goed zijn. Yannick “Het is dan aan ons de taak om het beste antwoord te kiezen. Dat vind ik raar. Een antwoord is toch gewoon goed of fout?” Hij geeft aan hierdoor al meerdere vragen fout beantwoord te hebben.

    ‘Soms maak je dan de verkeerde keus’

    Hier kan Jelle zich wel in vinden. “Het enige vervelende aan geslotenvragentoetsen is dat de antwoorden vaak veel op elkaar lijken”, vertelt Jelle. “Van één antwoord weet je vaak zeker dat hij niet goed is. Na nagedacht te hebben valt ook het tweede antwoord af. Er blijven vervolgens nog twee antwoorden over die verschrikkelijk veel op elkaar lijken. Soms maak je dan de verkeerde keus. Dat is jammer, maar het hoort erbij.”

    Onzin
    Debbie, derdejaarsstudent aan de Pabo in Breda, vindt dit onzin. Debbie: “De antwoorden lijken inderdaad veel op elkaar, maar hierdoor moet je juist goed leren.” Volgens Debbie moet je je dus ook goed voorbereiden voor een geslotenvragentoets. “Je moet voor allebei evenveel leren, dus wat dat betreft maakt de toetsvorm niet veel uit.”

    De Pabostudent heeft zelf het liefst een toets met zowel open als gesloten vragen. “De antwoorden bij open vragen kan de student dan beargumenteren”, vertelt Debbie. “De gesloten vragen zijn er voor als je even een black-out hebt, zo heb je tenminste niet meteen een onvoldoende.”

    Meer artikelen over

       

    Deel dit artikel

    Reageer op dit artikel

    * Verplicht veld

    Reacties

    Er zijn nog geen reacties.