Onderzoek in de gevangenis: ‘Ze zeggen: de buitenwereld gaat door, wij staan stil’

    In het midden: Tessa, Angèle en Felicia

    Gedetineerden zitten hun, soms, jarenlange straf uit in de penitentiaire inrichting (PI). Eenmaal buiten de muren staan ze vaak voor een dichte deur. Wat is er voor deze mensen belangrijk en nodig om recidive (terugval) te voorkomen? Hoe keren zij succesvol terug in de samenleving? 

    Studenten Tessa van Loon, Social Work, en Felicia Pavone, Integrale Veiligheidskunde, interviewden medewerkers en gedetineerden van de PI in Dordrecht. Het vormt het eerste onderdeel van het vijfjarig praktijkgericht onderzoek van het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken. 

    “Als kind krijg je straf als je iets slechts doet”, vertelt Tessa. “Er wordt gekeken naar wat je verkeerd hebt gedaan en je wordt erop gewezen.” Angèle Geerts, begeleidend docent onderzoeker, vult haar aan: “Wie heeft er als kind niet ooit iets geprobeerd dat niet mocht en grenzen opgezocht?” Tessa: “Maar de een pleegt een groter delict en dat komt niet uit de lucht vallen.” Ze doelt op het milieu waarin sommigen opgroeien, het gebrek aan belangrijke sleutelfiguren of de omgang met de verkeerde personen.

    Publieke opinie
    In Nederland heerst er een bepaald beeld over gedetineerden, met name uit de PI. Bijvoorbeeld gevoed door de discussies over Michael P. ‘Nooit meer vrijlaten’, klinkt het bijvoorbeeld in de krochten van het internet. Maar de samenleving én de gedetineerden hebben baat bij terugkeer in de samenleving. Angèle: “De maatschappij wordt niet veiliger door mensen alleen op te sluiten.”

    ‘De publieke opinie is over het algemeen gericht op boetedoening, niet op het herstel’

    Maar ook omdat de gevangenen gewoon mensen zijn: Felicia: “Iedereen verdient een tweede kans.” Angèle: “De publieke opinie is over het algemeen gericht op boetedoening, niet op het herstel. In de praktijk wordt gezegd: ‘ik wil nooit meer de gevangenis in.’ Dit sluit niet uit dat er geen delict(en) meer wordt gepleegd.” 

    PI en Avans
    De PI in Dordrecht zette dit jaar de eerste stappen richting slachtofferbewust en herstelgericht werken. In samenwerking met het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken zijn de eerste meters gemaakt. Belangrijk is de verbinding tussen het onderwijs, de instelling en het lectoraat. Betrokken studenten zijn onder andere Tessa, vanuit de minor Werken in een gedwongen kader, en Felicia, voor haar (afstudeer)onderzoek binnen het lectoraat, gericht op de gedetineerden. Zij gingen aan de slag met de vraag: ‘Hoe kijken de medewerkers van de PI Dordrecht, in verschillende functies, naar slachtofferbewust- en herstelgericht werken?’ Hoe begeleidt je deze gedetineerden die op termijn vrij komen? Wat is er nodig binnen én buiten de gevangenismuren en bovenal: waar begin je?

    Bij Avans doen lectoren (onderzoekers) samen met docenten en studenten praktijkgericht onderzoek voor bedrijven en organisaties. Dit gebeurt binnen een lectoraat.  

    De PI ruimt zelf voldoende mogelijkheden in om (zelf)herstel te faciliteren. Angèle somt op: “Er zijn aandachtfunctionarissen Herstelbemiddeling. Er zijn projecten waarin gedetineerden kunnen werken aan herstel. En er zijn familiedagen voor herstel met de familie. Maar er is ruimte voor versterking van herstel binnen de PI.”

    Medewerkers
    Tessa, en medestudenten van de minor, interviewde om te beginnen medewerkers van de PI. “Van het BAD, Binnenkomst Afdeling Delinquenten, waar de gedetineerden de gevangenis binnen komen, tot de sportleraar en verpleegkundigen.” Angèle: “Wat doen ze al en wat kunnen wij bekrachtigen?” De studenten keken naar vier pijlers: het herstel van het netwerk, de slachtoffers en/of nabestaanden, de samenleving en terugkeer in de maatschappij. 

    Het idee is als volgt. Iedereen binnen de muren, ongeacht de rol, moet met de gedetineerden praten over die pijlers. Als gerichte stap naar herstel en zelfherstel. Tessa: “Van de sportleraar had ik bijvoorbeeld verwacht dat hij het gesprek aanging. Als iemand bijvoorbeeld op de loopband staat, of na de sportles. Dat zijn geschikte momenten.” Andere conclusies: het merendeel van medewerkers legt de verantwoordelijkheid het gesprek aan te gaan bij de gedetineerde zelf, een groot deel ervaart teveel tijdsdruk om het gesprek überhaupt aan te gaan en zijn zich daar niet bewust van. 

    Gedetineerden
    Felicia interviewde gedetineerden. “De meesten van hen zijn getrouwd. Het waren verder totaal verschillende gesprekken. Je weet niet zeker of ze de waarheid spreken. Op goed vertrouwen neem je dingen van hen aan. Belangrijk is om er achter te komen wat de gedetineerden motiveert om te werken aan herstel.”

    ‘Ik moest mezelf er soms aan herinneren dat zij daar niet voor niets zitten’

    Felicia ging de gesprekken blanco in, zonder kennis over de gepleegde delicten. “Ze zeggen wel eens: het zijn net mensen. Dat is ook echt zo. Ik moest mezelf er soms aan herinneren dat zij daar niet voor niets zitten. Sommigen zijn zich bewust van hun delict en de impact. Anderen deed het niks.” 

    Dichte deuren
    Uit Felicia’s gesprekken bleek dat de families van de gedetineerden een stimulerende factor zijn om hun best te doen. Over een sociaal netwerk, buiten de familie om, wordt nauwelijks gesproken. Felicia: “Ze zeggen ook: de buitenwereld gaat door, wij staan stil.” Tessa: “In de PI doen zij zo hun best op weg naar herstel. Maar daarna staan ze buiten. Lopen ze tegen dichte deuren aan. Maar er moet brood op de plank komen voor hun gezinnen.” Angèle vult haar aan: “Meteen aan het werk is een bepalende factor.” De kans op recidive is anders een stuk groter.  Uit hun onderzoek blijkt ook dat de samenwerking tussen de gevangenis en partners beter kan en mag.

    Zijn de mensen in de PI een opgegeven doelgroep? “Nee”, vindt Felicia. “Niet iedereen.” Angèle: “Soms hebben ze zoveel littekens op hun ziel door hun delict en het leven. Wat we dan kunnen doen, is ze helpen een zo positief mogelijk leven te laten leiden en ervoor te zorgen dat ze geen nieuw delict plegen.” 

    Lectorale rede
    De eerste uitkomsten van het onderzoek van Felicia en Tessa vormen de basis voor grondig vervolgonderzoek. Angèle: “De gegevens bieden interessante openingen voor vervolgstappen.” Het onderzoek vindt plaats onder de vleugels van lector Bart Claes. Vrijdag tien mei staat de lectorale rede gepland. 

    Lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken

    Het lectoraat richt zich op de brug tussen binnen en buiten (transmuraal) en op de aanknopingspunten tussen het gedwongen en vrijwillig kader.

    Transmuraal
    Transmuraal werken houdt in dat cliënten, netwerken, vrijwilligers, professionals en organisaties zowel binnen als buiten de justitiële inrichting samenwerken. Dat doen ze fasegericht en op basis van behoeften, risico’s en krachten van de cliënt.

    Herstelgericht werken
    Herstelgericht werken gaat om aandacht voor het herstel bij de gedetineerde burger (zelfherstel) en herstel van het sociaal netwerk, het slachtoffer en de (lokale) samenleving. Hoe werk je herstelgericht? Hoe maken we samen die brug tussen binnen en buiten? Hoe betrek je het sociaal netwerk, het slachtoffer en de lokale maatschappij?

    Docent-onderzoekers vormen samen met medewerkers en gedetineerden van PI Dordrecht het kernteam van een projectgroep. Deze groep rapporteert aan een stuurgroep die bestaat uit directie van PI Dordrecht, lector Bart Claes en docent-onderzoekers.

    MEER ARTIKELEN OVER

                      

    DEEL DIT ARTIKEL

    REAGEER OP DIT ARTIKEL

    * Verplicht veld

    REACTIES

    Er zijn nog geen reacties.

    TRENDING OP SOCIAL
    Volg voor het laatste nieuws @PuntAvans

    Volg Punt.