Stagediscriminatie: ‘Ik wilde mezelf bewijzen, maar kreeg daar geen kans voor’

    illustratie: Janine Janssen

    Stagediscriminatie is een ongemakkelijk onderwerp: veel studenten blijven liever anoniem. Ze zijn bang voor de negatieve gevolgen wanneer ze later zoeken naar een baan. “Je wilt niet als probleemzoeker bekend staan.”

    ‘Liever een Hans of Jasper dan een Ahmad’, kopte de Volkskrant eind vorige zomer. Uit het bericht bleek dat studenten met een migrantenachtergrond op het mbo door discriminatie moeilijk aan een stage komen. Hoe zit dat op het hbo?

    Een rondvraag levert veel studenten op met soortgelijke verhalen. Ze hebben één ding gemeen: het zijn studenten met een migrantenachtergrond. Sommige studenten schrijven meer dan dertig brieven voor ze een plek vonden. Ook wanneer ze achter hun sollicitatiebrieven aan bellen, krijgen ze nul op hun rekest.

    ‘Ik vroeg me af of solliciteren nog zin had’

    Smoes
    Schrijnend is het voorbeeld van een vierdejaarsstudent Bedrijfskunde. “Ik kreeg vaak als antwoord: wij zoeken geen stagiairs. Dat gebeurde ook bij bedrijven die tegelijkertijd online adverteerden om stagiairs te trekken.” Hetzelfde overkwam Berkan Kaçal, derdejaarsstudent Informatica. “Tegen mij zeiden ze: ‘We zoeken geen stagiair van jouw opleiding.’ Toen een medestudent solliciteerde voor dezelfde stage, werd hij wél aangenomen.”

    Uiteindelijk belde en mailde Berkan met meer dan twintig bedrijven voor hij een stage vond. “Het was zo frustrerend. Ik vroeg me af of solliciteren nog zin had. Ik wilde mezelf graag bewijzen maar kreeg daar geen kans voor.” Toch maakte hij geen melding van discriminatie. “Je weet niet of ze je klacht wel serieus nemen. Je bent bang dat ze denken: daar komt die buitenlander met zijn smoes.”

    ‘Niet die fiets stelen hè!’

    ‘Slechte stagiair’
    Ook wanneer studenten wel een stage vinden, gaat het niet altijd goed. Een derdejaarsstudent Bouwkunde werd naar eigen zeggen tijdens zijn stage voortdurend de grond ingetrapt. “Mijn begeleider nam mij niet serieus, hij negeerde vaak mijn vragen. Je kan toch niets, zei hij. Je wordt toch een uitkeringstrekker. Toen er een fiets op het bouwterrein stond, kreeg ik te horen: niet de fiets stelen hè!”

    Hij maakte melding van de discriminatie bij zijn docent én een HR-adviseur van het bedrijf waar hij stage liep. “Mijn docent is toen met het bedrijf gaan praten, maar dat leverde niets op. De HR-adviseur zei later: je bent een slechte stagiair.”

    ‘Wij accepteren dat niet. Iedere leerling moet zich veilig voelen’

    Geen zwarte lijst
    Stagecoördinatoren horden opvallend genoeg weinig over discriminatie. “Studenten vertellen het ons vaak niet”, vertelt Else van Tussenbroek, stagecoördinator van Bedrijfskunde. Om dat te veranderen wil ze het onderwerp bespreken tijdens de stagevoorlichting. “Studenten moeten weten dat ze ook met deze problemen bij ons terecht kunnen.” Over de hierboven beschreven discriminatie is ze duidelijk. “Wij accepteren dat niet. Iedere leerling moet zich veilig voelen. Wanneer ze worden gediscrimineerd, is dat niet mogelijk.”

    Harbert Pater, stagecoördinator van Bouwkunde, kijkt naar zijn cijfers. “Deze periode moeten 230 eerstejaarsstudenten stage lopen. 26 daarvan hebben drie weken voor aanvang geen stage. Slechts drie daarvan hebben een niet-Nederlandse naam. Op basis van die cijfers denk ik dat het bij Bouwkunde wel meevalt.” Toch roept hij studenten die last hebben van discriminatie op om zich te melden. “Maak het bespreekbaar.”

    Mocht er sprake zijn van discriminatie, dan komt Pater langs voor een ‘goed gesprek met het bedrijf’. Mogen andere studenten daarna nog stage lopen bij het bedrijf? “Ja. Wij hanteren geen zwarte lijst. Wel letten we dan extra goed op.”

    Kreeg jij ook te maken met stagediscriminatie? Tip de redactie! We zijn erg benieuwd naar je verhaal.

    Meer artikelen over

                            

    Deel dit artikel

    Reageer op dit artikel

    * Verplicht veld

    Reacties

    • Daar ben ik het mee eens. Discrimineren hoort niet, maar bijna elke student stuurt brief na brief de deur uit zoekend naar een stageplaats en krijgt van (minstens) de helft geen antwoord of slappe smoesjes. Er moet meer begeleiding vanuit Avans zijn.

    • Wel erg, maar sorry, “meer dan twintig bedrijven” is echt niet veel…