Decaan neemt na 33 jaar afscheid: ‘Avans mag wel wat kritischer worden’

    Ruim 33 jaar werkte Peer Trepels voor Avans in Den Bosch. Eerst als docent, later als decaan. Voor hij met pensioen gaat, blikt hij terug. “Toen ik begon, was het niet normaal om tentamens af te nemen.”

    Wie bij Peer het kantoor binnenkomt, bevindt zich in een andere tijd. De kasten liggen vol met dossiers en persoonlijke spullen, aan de wand hangen foto’s. Het kantoor is de laatste persoonlijke werkplek aan de Onderwijsboulevard. Van flexwerken moet Peer niets hebben. “Ik noem het depersonificatie. Alles wat herinnert aan de persoonlijke identiteit, verdwijnt. De werknemer is vervangbaar, morgen neemt iemand anders je plek in.”

    A4’tje
    Sinds Peer in januari 1986 zijn eerste college gaf aan de Sociale Academie in Den Bosch (nu ASH), is het onderwijs onherkenbaar veranderd. “Het zal de meeste studenten wel als muziek in de oren klinken”, grinnikt de oud-docent. “Maar toen ik begon, was het niet normaal om tentamens af te nemen. Studenten wilden dat niet. Wat dat betreft merkte je nog duidelijk de invloed uit de vrije jaren ’70. Ik besloot om aan het eind van het studiejaar toch maar een tentamen af te nemen. Dat werd me niet in dank afgenomen.”

    ‘Ik heb nooit gezegd dat ik geen les wilde geven aan PVV-studenten’

    Er is meer veranderd. “Studenten volgden maar vier vakken per jaar. Die vakken liepen het hele jaar door. Ik was docent van één van die vakken.” Hoe dat in zijn werk ging? “Ik kreeg een A4’tje waar het overkoepelende thema van het jaar op stond: emancipatie. Daar kon ik het mee doen, meer houvast kreeg ik niet.” Met weemoed blikt hij terug. “Het is goed dat er nu beter over het curriculum wordt nagedacht, maar toch valt er wat te zeggen voor het oude systeem. Er werd beroep gedaan op je professionele autonomie. Als docent had je de vrijheid om zelf richting te geven, daar hield ik van.”

    “Tegenwoordig is het onderwijs bij Avans nogal dichtgetimmerd, overal zijn handleidingen en protocollen voor. Dat is goed, maar ik vind ook dat het is doorgeschoten. Er wordt te veel gecontroleerd en er is te weinig vertrouwen. Ik ben het daar niet mee eens. Als je goede mensen aanneemt, kun je erop vertrouwen dat ze goed werk leveren. Bovendien is er weinig ruimte overgelaten om de verdieping te zoeken. Blokken zijn kort en colleges duren maar twee uur in plaats van een volledig dagdeel zoals vroeger het geval was.”

    Bonje met GeenStijl
    Een dieptepunt in Peers carrière was zijn aanvaring met GeenStijl in november 2010. Het begon met een reactie die de decaan achterliet bij een artikel van Punt over een oud-student die namens de PVV meedeed aan de Provinciale Statenverkiezingen. “Ik vind het gedachtegoed van de PVV niet aansluiten op dat van Avans”, verklaart Peer. “Dat wilde ik in een reactie laten weten.” Het internet ontplofte. GeenStijl kopte ‘Decaan Avans (HBO) wil GEEN PVV’ers les geven’, BN DeStem nam het over.

    Na zijn reactie werd Peer op het matje geroepen bij het toenmalige College van Bestuur. Hij moest zijn excuses aanbieden en mocht absoluut geen politieke uitspraken meer doen. Het voorval zit hem nog steeds hoog. “Ik heb nooit gezegd dat ik geen les wilde geven aan PVV-studenten. Natuurlijk is iedereen welkom bij Avans, ongeacht politieke voorkeur. Toch wringt het wel. Onderwijs is immers ook burgerschapsvorming, je krijgt normen en waarden mee. Daar hoort bij dat je niet discrimineert.”

    Zelf ziet hij er geen been in om een politieke boodschap uit te dragen. “Als hogeschool kun je je niet onttrekken aan politiek. Als je geen mening uitdraagt, conformeer je jezelf aan de bestaande orde. Dat is ook een politiek statement. Ik heb daarom liever te maken met mensen die expliciet zeggen waar ze voor staan, ongeacht of ik het er mee eens ben. Dan kan ik hun uitspraken zelf op waarde schatten.”

    ‘We leiden onze studenten op tot louter werksoldaten van het bedrijfsleven’

    Meer kritiek graag!
    Toch ziet Peer daar weinig ruimte voor bij Avans. “Avans mag wel wat kritischer worden. We zijn, uit angst voor negatieve publiciteit, onze kritische cultuur verloren. Zonde, want juist die kritische cultuur is zo belangrijk voor het (hoger) onderwijs. Het is goed om debatten te voeren over politiek en maatschappij en die discussies mogen best fel zijn. Dat leidt tot nieuwe inzichten en visies. Nu ligt de focus te veel op het economisch belang. We leiden onze studenten op tot louter werksoldaten van het bedrijfsleven.”

    Opvallend genoeg snapt de decaan de kritiek van Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet dat het onderwijs te links is. Tenminste, hij hoopt dat het links is, maar hij betwijfelt het ook. “Een kritische houding ten opzichte van de status quo herken ik als een typisch linkse eigenschap. Als onderwijs goed functioneert, dan is het dus enigszins links georiënteerd. Studenten moeten leren het vanzelfsprekende en het gangbare ter discussie te stellen. Als daar een weloverwogen behoudende of zelfs reactionaire houding uit voortkomt. Is dat natuurlijk ieders recht.”

    Peer hoopt dat Avans die kritische cultuur weer terugbrengt. “De speech onlangs op de Onderwijsdag van Paul Rüpp over het indoctrinatiemeldpunt van Forum voor Democratie vond ik hoopgevend. Ik vond het goed dat hij daar namens Avans afstand van nam. Toch is een speech alleen natuurlijk niet genoeg. Het zou mooi zijn als Avans meer congressen organiseert over maatschappelijke onderwerpen. Nodig ‘linkse’ en rechtse ‘sprekers’ uit, dat leidt tot meer diepgang.”

    Spiegel
    De afgelopen vijftien jaar werkte Peer als decaan. In die tijd werd het decanaat steeds belangrijker. “Er wordt steeds vaker een beroep op ons gedaan. Toen ik begon als decaan, waren in we Den Bosch met zijn drieën. Nu zijn we met zijn achten. Ook de problemen die de studenten met ons bespreken, worden zwaarder. Als ik soms hoor wat er allemaal speelt bij een student denk ik: wat knap dat je hier überhaupt nog rondloopt. Voor die studenten heb ik altijd grote bewondering. Het beroep is er wel zwaarder van geworden. Als ik in één dag een aantal zware gesprekken heb, ben ik aan het einde behoorlijk afgepeigerd.”

    Toch vindt hij decaan nog steeds een mooi beroep. “Je krijgt iedere dag een spiegel voor. Soms geef ik een advies mee en denk ik: wacht eens Peer, daar houd je jezelf ook niet aan. Dat is confronterend, maar ik leer er ook veel van. Iets anders wat mij plezier geeft, is het groeiproces van studenten. Sommigen zijn eerst erg onzeker, maar krijgen gaandeweg steeds meer zelfvertrouwen. Het is fijn om ze daarin te kunnen ondersteunen.”

    Meer artikelen over

       

    Deel dit artikel

    Reageer op dit artikel

    * Verplicht veld

    Reacties

    • Ik herken daarin de kritische aanpak die zo kenmerkend was voor jouw optreden tijdens de fusie van Den Bosch en Breda-Tilburg en in de daarop volgende jaren toen we samen in de MR zaten.
      Het belang van studenten en medewerkers stond altijd voorop.