Geen nieuwe functietitel voor verpleegkundigen

    illustratie: Julika Runow
    illustratie: Julika Runow

    Er komt geen strikter onderscheid tussen verpleegkundigen van het mbo en het hbo. Minister Bruins van Volksgezondheid schrapt het wetsvoorstel dat de komst van de ‘regieverpleegkundige’ moest inluiden.

    Het is al jaren een wens van de beroepsgroep om een duidelijker onderscheid te maken tussen de verschillende niveaus van verpleegkundigen. De zorg verandert en wordt complexer, dus moeten verpleegkundigen worden ingezet voor de taken waarvoor ze zijn opgeleid en waarin ze deskundig zijn.

    Maar nu is er alleen nog de term ‘verpleegkundige’, die zowel mbo- als hbo-opgeleiden aanduidt. Bruins wilde daarom een nieuwe beroepstitel in het leven roepen, naast die van de ‘gewone’ verpleegkundige: de regieverpleegkundige. Een belangrijk verschil is dat de regieverpleegkundige meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid heeft. Aangezien de veldpartijen er onderling niet uitkwamen, probeerde de minister dit voorstel op hun verzoek vast te leggen in de wet BIG-2.

    Vraagtekens
    Onder verpleegkundigen ontstond echter grote onrust. Zij vreesden dat zij hun werk niet meer zouden mogen doen onder de nieuwe wet, of dat zij verplicht de collegebanken weer in moesten om zich nodeloos te laten bijscholen. Daarom riep minister Bruins eind augustus de hulp in van hoogleraar en voormalig D66-policitucs Alexander Rinnooy Kan om te onderzoeken of er nog wel een draagvlak was voor het wetsvoorstel.

    Dat is zo goed als verdwenen, concludeert hij na gesprekken met het veld. “Partijen plaatsen niet alleen vraagtekens bij de voorgestelde overgangsregeling en de gekozen terminologie van regieverpleegkundige, maar ook bij de algehele noodzaak om langs een wettelijke route meer variatie in het verpleegkundige beroep mogelijk te maken”, aldus Rinnooy Kan in zijn rapport. Het voorstel zou onvoldoende recht doen aan de opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk.

    Als het aan minister Bruins had gelegen, was er helemaal geen wet aan te pas gekomen. Hij had liever gezien dat de partijen er zelf uit waren gekomen door het onderscheid in beroepsrichtlijnen of cao-afspraken vast te leggen. In praatprogramma Jinek had hij al aangegeven dat hij “deze wet op deze manier niet zag vliegen”.

    Aantrekkingskracht
    Rinnooy Kan stelt voor om weer met alle partijen (werknemers, werkgevers, beroepsvereniging V&VN en het BIG-2 actiecomité) om tafel te gaan zitten. “Dat vervolggesprek mag een brede agenda meekrijgen”, schrijft hij. Dus niet alleen over het onderscheid tussen de hbo- en mbo-verpleegkundigen, maar ook over “aantrekkelijke opleidingsmogelijkheden” en “het invullen van goed werkgeverschap”.

    Ook de mbo- en hbo-opleidingen zouden zich kunnen mengen in de discussie. Bredere en aantrekkelijkere loopbaan- en opleidingsmogelijkheden voor verpleegkundigen zouden het beroep volgens Rinnooy Kan namelijk populairder kunnen maken.

    Meer artikelen over

       

    Deel dit artikel

    Reageer op dit artikel

    * Verplicht veld

    Reacties

    Er zijn nog geen reacties.