Studenten delen op Bali voedsel uit: ‘Dat het zo schokkend zou zijn had niemand verwacht’

    Kees Hermus en Dirk Monsieurs, derdejaarsstudenten Business IT & Management in Breda, lopen stage op het eiland Bali. Toen het coronavirus ook in Indonesië uitbrak, besloten zij niet terug te keren naar Nederland maar op Bali te blijven. Daar hebben zij zich de afgelopen weken ingezet voor families die het zwaar hebben. Onder hun familie, vrienden en kennissen zamelden ze geld in waarmee ze voedselpakketten kochten die ze konden uitdelen.

    Door Kees Hermus en Dirk Monsieurs

    Het coronavirus bereikte in maart Indonesië en niet veel later ook Bali. De meeste toeristen en studenten verlieten het eiland om terug te keren naar hun thuisland, wij kozen ervoor om te blijven. Eerst zaten we met veertien studenten in een guesthouse, maar na de uitbraak waren we nog de enige gasten. Dat was een aparte situatie die ons de unieke kans gaf om nauwe banden op te bouwen met de lokale bevolking. We zijn de taal gaan leren en kunnen onszelf inmiddels aardig goed verstaanbaar maken. Met de Balinezen hebben we veel gesproken over hun cultuur, normen en waarden en over armoede op het eiland. We wilden graag iets doen om ons steentje bij te dragen om de armoede en het leed wat wij zagen te verminderen en de lokale bevolking te ondersteunen. Daarop besloten we geld in te zamelen bij familie, vrienden en kennissen. Met dat geld zijn we onze actie begonnen.

    We zijn nagegaan waar behoefte aan was. Met het gedoneerde geld hebben we zoveel mogelijk voedselpakketten gekocht. Eén voedselpakket bestond uit: 10 kilo rijst, 40 zakjes noedels, 2 liter olie en 30 eieren.

    Met een overvolle auto vertrokken we om die pakketten uit te delen aan degenen die dat het hardst nodig hebben. We hadden verwacht enigszins schokkende situaties tegen te komen maar dat het zo enorm schokkend zou zijn had niemand verwacht.

    ‘Met een overvolle auto vertrokken we om voedselpakketten uit te delen aan degenen die dat het hardst nodig hebben’

    Samen met twee medewerkers van het guesthouse waar wij verblijven vertrokken we vanuit het zuiden van Bali naar een arm dorp in het oosten van het eiland. We hadden van tevoren navraag gedaan waar onze hulp het hardst nodig was. De achterbak van de auto lag stampvol met voedsel en op de achterbank waren we omringd met dozen eten. Iedereen die meereed had daarnaast nog dozen met eieren op schoot. We waren vol goede moed en tevens nieuwsgierig naar wat we aan zouden treffen. En hoopvol dat we veel families blij konden maken met een voedselpakket!

    Na aankomst in het eerste dorp werden wij begeleid door een politiemedewerker en enkele personen vanuit de community van het dorp. We hadden deze dag voor vijftien families voedselpakketten, waarvan we zelf tien pakketten zouden gaan bezorgen.

    Onze eerste stop was misschien wel de meest schokkende ervaring. Een familie waarvan een paar leden geestelijk ziek waren en daarnaast niet sterk genoeg om goed te kunnen lopen. De dichtstbijzijnde watertank ligt op ongeveer 1 kilometer afstand. Het lijkt alsof dat niks voorstelt, maar als je nauwelijks kunt lopen en ook nog eens door bosjes, helling op en helling af moet, dan is water halen een hels karwei.

    Voor de tweede en derde familie moesten we wat dieper het bos in. Schuine hellingen op en af. Bij het eerste huis – als je het al een huis kunt noemen, vier simpele muren met een dak – troffen we een man aan. In het gebied is geen elektriciteit en dus geen licht. Deze man vertelde ons dat hij normaal gesproken voedsel eet dat hij vindt in de bossen en dat is nagenoeg niks. Hij liet ons een klein pannetje met daarin een beetje eten. Wij zouden het niet eens eten noemen. Een van de medewerkers van ons guesthouse schoot er vol van. Hij gaf aan dat hij – zoals waarschijnlijk veel meer inwoners – niet wist dat er gezinnen zijn op Bali die het zo enorm zwaar hebben. Zij zeiden: “Wij klagen weleens omdat wij niks hebben, maar nu we dit hebben gezien mogen wij nooit meer klagen”. Een ‘besefmoment’ voor ieder van ons!

    ‘De man eet normaal gesproken voedsel dat hij vindt in de bossen en dat is nagenoeg niks’

    De volgende familie was een oma met haar kleindochter van tien jaar. De moeder van het meisje is overleden en de vader is elders op het eiland om te werken. Het meisje maakt dag in dag uit matjes van bladeren van de kokospalm. Zij verdient ongeveer vijftig cent per matje en dat kost haar ongeveer twee tot drie dagen om te maken. Een onbezorgde jeugd kent zij niet. Ze kan niet naar school of spelen met leeftijdsgenootjes omdat ze moet werken. De rest van de families die we hebben bezocht, hadden soortgelijke verhalen. Het was hartverwarmend om te zien hoe blij ze waren met onze voedselpakketten.

    Het was een dag met veel ‘besefmomentjes’, schrijnend en verdrietig om te zien. Een dag waarop je je realiseert dat Indonesië nog veel stappen moet zetten om te zorgen dat mensen die het echt zwaar hebben geholpen kunnen worden. Het besef dat als iemand komt te overlijden, diegene waarschijnlijk pas een maand later gevonden wordt. Het besef dat veel mensen alleen zijn en geen licht of stromend water hebben. Het besef dat wij het met z’n allen heel erg goed hebben en onszelf vaker moeten inzetten voor degenen die dringend hulp nodig hebben. Dat wij eigenlijk niets te klagen hebben! Iets waar wij Nederlanders nogal goed in zijn.

    Voel jij je betrokken bij ons verhaal en wil jij ook bijdragen? Dat kan! We zijn een online doneeractie gestart. Klik hier om te doneren.

    Meer artikelen over

                

    Deel dit artikel

    Reageer op dit artikel

    * Verplicht veld

    Reacties

    • geweldig!!!

    • prachtig wat jullie doen

    • Zie boven