Terug naar overzicht

Ombudspersoon hoger onderwijs hoeft niet in de wet, vindt minister nog altijd

Foto: Ministerie van Onderwijs
Foto: Ministerie van Onderwijs

Met eigen onafhankelijke ombudspersonen willen de universiteiten hun sociale veiligheid verbeteren. De Tweede Kamer ziet nog wel wat beren op de weg, maar demissionair minister Van Engelshoven maakt zich geen zorgen.

De universiteiten willen grensoverschrijdend gedrag binnen hun muren een halt toeroepen. Samen met de vakbonden is daarom afgesproken dat zij over iets meer dan een maand allemaal een eigen onafhankelijke ombudspersoon in dienst hebben. 

Eerder hadden de universiteiten al op papier gezet hoe deze nieuwe functie eruit moet komen te zien. Minister van Engelshoven was positief over de plannen, en vindt het ook voor de hogescholen een goed idee. 

Zonder ruggenspraak
De Tweede Kamer had nog wel wat mitsen en maren. In februari dienden zes fracties een lijstje met vragen in. Ze worstelen er vooral mee dat de ombudspersoon direct aan het college van bestuur van een universiteit rapporteert. Hoe onafhankelijk is zo’n functionaris dan, wilden zij weten, en kan een bestuur het advies van de ombudspersoon naast zich neerleggen? 

Maar de minister voorziet geen problemen. De onafhankelijke positie van de ombudspersoon wordt immers formeel vastgelegd in het universitaire reglement, schrijft ze in haar antwoord. “Deze onafhankelijkheid betekent dat de ombudsfunctionaris zonder ruggenspraak advies kan uitbrengen. Hier geldt dat het CvB geen zeggenschap heeft over de inhoudelijke uitvoering van de functie.” 

Het zomaar opzijschuiven van adviezen lijkt haar dan ook niet plausibel. Daar is altijd uitleg voor nodig, vindt ze. “Ik ga er vanuit dat het CvB – gelet op zijn verantwoordelijkheid – motiveert aan de raad van toezicht wanneer het afwijkt van een advies van de ombudsfunctionaris.”

Dupe
Een ander heikel punt is dat de universiteiten zelf mogen bepalen of ook studenten bij de ombudspersoon mogen aankloppen. Willen universiteiten dat niet, dan kunnen studenten daar de dupe van worden, vrezen VVD, SP, PvdA en ChristenUnie. Moet de minister dit niet landelijk regelen?

Nee, vindt ze. Een aantal universiteiten heeft immers al een ombudsfunctionaris voor studenten ingesteld, en de rest is dat nog van plan. Het is volgens haar ook niet zo dat studenten nu nergens aan de bel kunnen trekken. “In de huidige structuur is er bij alle instellingen in ieder geval een eenduidige en toegankelijke faciliteit ingericht waar studenten met klachten terecht kunnen.” Dat zijn de instellingen wettelijk verplicht.

En over die wet gesproken: D66 en ChristenUnie hadden de minister gevraagd de nieuwe ombudsfunctie daarin op te nemen. Maar ook dat vindt ze op dit moment niet nodig. De functie is al verankerd in de cao en in de universitaire regelementen, schrijft ze. Daar hebben de universiteiten zelf voor gezorgd. En een wetswijziging zou nu alleen maar voor vertraging zorgen.

Incidenten
De discussie over sociale veiligheid en de rol van ombudspersonen is de laatste maanden weer opgelaaid na een reeks incidenten bij universiteiten en hogescholen. Studenten van de Universiteit van Amsterdam voerden in februari actie na twee gevallen van grensoverschrijdend gedrag aan de faculteit geesteswetenschappen. De kunstopleidingen maakten vorige week bekend dat ze een eigen code voor sociale veiligheid gaan opstellen. Ze kijken of er een landelijke ombudsfunctie in het kunstonderwijs kan komen.

Meer lezen?