Terug naar overzicht

Verkrachtingen in studententijd: minister schrikt ervan

Foto: Anete Lusina via Pexels

Minister Van Engelshoven is geschrokken van de cijfers over verkrachtingen onder studenten. Maar is dat genoeg? Amnesty International en studentenvakbond LSVb willen dat zij met de instellingen in gesprek gaat.

Ongeveer een op de tien vrouwelijke studenten is in haar studietijd weleens gepenetreerd zonder toestemming, meldde Amnesty International vorige maand op basis van een enquête. Het overkwam ook één procent van de mannelijke studenten.

Teams op alle instellingen
De mensenrechtenorganisatie voert een campagne tegen seksueel geweld en richt die nu ook op het hoger onderwijs. Allerlei studenten melden zich daarvoor aan als activist, laat woordvoerder Katy Sherriff weten. “We hebben nu al 33 teams en streven ernaar zo snel mogelijk op alle instellingen één team te hebben.”

Het zou mooi zijn als ook de minister met instellingen het gesprek aangaat, zegt ze. “En dan niet alleen over hulp aan slachtoffers, maar ook over betere preventie en voorlichting, zodat er minder studenten seksueel geweld meemaken tijdens de studietijd.”

Niet gebeuren
Zo denkt de Landelijke Studentenvakbond er ook over, zegt voorzitter Ama Boahene. Als verkrachting al zo vaak voorkomt, kun je nagaan hoeveel studenten dan met andere vormen van seksueel geweld te maken krijgen. “Er moet een cultuur ontstaan waarin zulke dingen niet gebeuren.”

En dan helpt het als de minister erover praat met de instellingen, meent ze. “Dit is echt een gedeelde verantwoordelijkheid waaraan iedereen z’n steentje moet bijdragen.”

Privésfeer
Demissionair minister Van Engelshoven is geschrokken van de cijfers, schrijft ze in antwoord op vragen van GroenLinks. Tegelijkertijd wijst ze erop dat het merendeel van het seksuele geweld volgens het rapport plaatsvond in de privésfeer. “Er wordt geen melding gemaakt van docent-studentverhoudingen.”

Dat klopt: in het onderzoek wijst geen enkele student een docent aan als dader. Penetratie zonder instemming gebeurde het vaakst door de eigen partner van de student, of door iemand die ze al kenden van uitgaan of met wie ze op date waren. Bij een klein deel van de respondenten was het een medestudent, of iemand van de studie- of studentenvereniging.

Dus welke rol speelt Van Engelshoven, als minister van Onderwijs, in deze discussie? Over gesprekken met de instellingen schrijft ze niet. Wel gaat ze het rapport bespreken met de landelijke studentenorganisaties, belooft ze GroenLinks.

Veilige omgeving
De slachtoffers kunnen aangifte doen bij de politie en om hulp vragen bij professionele zorginstanties, schrijft ze. Instellingen kunnen hen daarbij ondersteunen, bijvoorbeeld door naar de studenten te luisteren, hen door te verwijzen naar de juiste instanties en eventueel extra studiebegeleiding te bieden.

Studenten worden erop gewezen dat zij voor persoonlijke omstandigheden terecht kunnen bij studentdecanen, studieadviseurs en vertrouwenspersonen, of bij een mentor of docent, meent de minister. Maar, voegt ze eraan toe: “Belangrijker dan dat iedere student de procedures kent, vind ik dat een instelling een veilige omgeving is, zodanig dat een student zijn of haar verhaal kwijt kan en verder wordt geholpen.”

Manifest
Amnesty zit intussen niet stil. De organisatie vraagt universiteiten en hogescholen om een manifest te ondertekenen, waarin ze beloven “hun studenten betere bescherming te bieden bij seksueel geweld”. Daar willen 23 instellingen graag eens over praten.

“Dit toont aan dat instellingen werkelijk wat willen doen, dat is heel positief”, zegt Amnesty-woordvoerder Sherriff. “We streven ernaar dat alle 43 grootste instellingen voor het einde van dit jaar hun handtekening hebben gezet.”

Meer lezen?