Terug naar overzicht

Discussiëren kan je leren: meningsverschillen in de les

Foto: Pixabay Pencilparker

Het hoger onderwijs is bij uitstek een plek voor discussie. Maar hoe ga je als docent om met hoogoplopende meningsverschillen over hoofddoeken, homoseksualiteit of terrorisme?

Je kan er niet omheen in de klaslokalen van een multiculturele samenleving: daar komen fundamentele meningsverschillen naar boven. De werkgroep grootstedelijke vraagstukken van de zes Randstadhogescholen vindt dat daar meer aandacht voor moet komen in het hoger onderwijs. Vier docenten deelden hun ervaringen voor een online publiek van zo’n honderd toeschouwers.  

Opdringen mening
Docenten in het hbo krijgen geen handboek aangeleverd waarin staat hoe ze moeten omgaan met heftige discussies in de klas. In hoeverre treed je als docent op de voorgrond? Het is in ieder geval niet de bedoeling dat een docent zijn eigen mening opdringt aan studenten, meent lector wereldburgerschap Laurence Guérin van de Haagse Hogeschool.

“Sommige collega’s van mij vinden bijvoorbeeld dat onderwijs ertoe moet leiden dat studenten genderdiversiteit persoonlijk accepteren, omdat ze vinden dat dat bij de democratische waarden hoort.” Maar er is volgens Guérin een verschil tussen maatschappelijke en persoonlijke acceptatie. Op dat laatste punt moet studenten wat haar betreft niets worden opgelegd. 

Mengen in gesprek
Het is makkelijker je in een discussie met studenten te mengen als je er ook echt wat vanaf weet, stelt Nadèzda Broshuis van de Hogeschool Utrecht. “Veel onderwerpen die voorbijkomen zijn cultureel en religieus. Het wordt lastig als docenten uit onwetendheid dingen zeggen die studenten kunnen raken en de sfeer in de klas beïnvloeden.”

De Haagse onderzoeksdocent Shashi Roopram koos ervoor om geen lange discussies te voeren over bijvoorbeeld de onthoofding van de Franse leraar Samuel Paty. “Studenten worden beïnvloed door vrienden, familie of een imam. Ik heb niet de illusie dat ik als docent een hogere positie heb dan zij”, legt hij uit. Wie een minor over de Islam geeft, heeft op dat gebied volgens hem al meer te zeggen. 

Tijdgebrek
Het valt Roopram ook op dat er te weinig tijd is om het goed over complexe onderwerpen te hebben. “Bij het vak methode en techniek praten studenten óók over de actualiteit. Maar zo’n gevoelige discussie kaapt de les en laat geen tijd over voor de lesstof”, schetst hij het probleem. Volgens hem is het dan beter om de discussie te parkeren en het er na de les met studenten afzonderlijk over te hebben.

Gündoğdu Demirtürkoğlu, docent bestuurskunde van de Hogeschool van Amsterdam, denkt dat docenten bij niet-sociaalwetenschappelijke opleidingen het moeilijker hebben. “Daar biedt de lesstof minder aanleiding tot discussies. Bij mijn opleiding is er meer tijd voor het aanleren van gespreksvaardigheden.” Dat doe je als docent volgens hem het beste stapsgewijs: in het eerste jaar moeten studenten vaak nog leren hóe je discussieert. 

Persoonlijke band
Volgens Broshuis van de Hogeschool Utrecht is er sowieso eerst tijd nodig om een band op te bouwen met studenten voordat het over gevoelige onderwerpen kan gaan. “Als studenten elkaar en hun docent beter leren kennen, zie je dat de tegenstellingen snel verdwijnen.”

In het begin gaat het in haar lessen nog over ‘saaie’ onderwerpen, maar daarna ook over hoe er naar de islam of homoseksualiteit gekeken wordt. “Wij hebben ons als docent tegen die tijd ook bewezen. Studenten weten dan: ik kom niet aan jouw persoonlijke waarheid. Als jij er anders over denkt, prima. Ik geef les vanuit een historisch en sociologisch perspectief en kijk dan als student zelf maar wat je ermee doet.”

Weerbaarheid
Tegelijkertijd moeten studenten volgens de panelleden ook weerbaar zijn. Een onderwijsinstelling kan best een veilige omgeving zijn, maar in de samenleving gaat het er zeker niet altijd zachtaardig aan toe. “Ze moeten soms ook tegen een stootje kunnen”, zegt Roopram.

Studenten komen volgens Demirtürkoğlu vaak uit een bubbel. Het is daarom belangrijk dat ze in het hoger onderwijs met andere meningen worden geconfronteerd. “Anders gaan ze zich wel heel erg verbazen als ze daarna de maatschappij instappen”, meent hij. “Het is dus belangrijk dat ze zich vrij voelen om zich te uiten op school én hun mening kunnen verdedigen of nuanceren.”

Het vraagt nogal wat inzicht en kennis van docenten om zo’n proces goed te begeleiden. Extra training kan daar volgens Roopram goed bij van pas komen. “Er valt nog heel wat te winnen op dit gebied.”

Wat vind jij ervan?

Reageer

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?